Categorieën
Archief Kennisparels

[30] 28 april 2020: Broken Windows, Informal Social Control, and Crime: Assessing Causality in Empirical Studies

Inleiding

Vandaag dinsdag 28 april 2020, een nieuwe ´kennisparel´ die als voeding kan dienen voor ons justitiebeleid, dit keer over Broken Windows Theory. In maart 1982 publiceerden George L. Kelling en James Q. Wilson een inmiddels klassiek artikel in de Atlantic Monthly: ´Broken windows: The police and neighborhood safety´:  https://www.theatlantic.com/magazine/archive/1982/03/broken-windows/304465. In dat jaar was de omvang en ernst van de criminaliteit in de Verenigde Staten op zijn hoogtepunt. Een belangrijke aanjager van dat hoge criminaliteitsniveau was onder meer het gebruik van crack cocaïne. Er was toen sprake van een zogenaamde ´crackepidemie´. Een belangrijk gevolg van deze epidemie was een bijna totale ineenstorting van een groot aantal buurten op groot stedelijk niveau. De zogenaamde ´broken windows theorie´ komt in het kort op het volgende neer. Fysiek en sociaal verval van buurten is een belangrijke aanjager van crimineel gedrag. Die buurten worden gekenmerkt door een slechte staat van onderhoud (gebroken ramen), gebrek aan sociale cohesie, gebrek aan informele sociale controle, vervuiling, graffiti, openbare dronkenschap, onderlinge argwaan, gebrek aan vertrouwen in instituties. Dit zijn als het ware signalen dat in die buurten sprake is van een onvermogen om ook maar iets aan die criminaliteit bevorderende oorzaken te doen.

Verval van buurten

In een buurt die zich in zo´n stadium bevindt, neemt de onrust en argwaan bij de bewoners toe. Het gevolg is dat mensen een sterk verlangen krijgen om te verhuizen. Echter, dit verhuisgedrag vindt je in eerste instantie bij gezinnen en de meer gegoede bewoners. Vaak worden deze plekken opgevuld door eenpersoonshuishoudens en mobiele, doch niet-buurtgebonden bewoners. Zij die niet de mogelijkheid hebben om te verhuizen, zoeken elders vrienden of isoleren zichzelf. De informele sociale controle neemt daardoor af, tegelijk met het gevoel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het gevolg hiervan is dat participatie in bijvoorbeeld buurtorganisaties zeer gering is: dit is dan de voorbode van het totale verval van de organisatorische capaciteit van een buurt. Wilson en Kelling (1982) hanteren in hun klassieke artikel voor dit fysieke aanzien de term signs of crime. Daaronder worden gedragingen verstaan die niet altijd strafbaar gesteld zijn bij wet of die geen hoge prioriteit hebben bij politie of justitie. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

* Vervuiling                                                   * Rondhangende jongeren

* Soft/harddruggebruik/handel                         * Graffiti

* Geluidshinder/overlast horeca                       * Bendevorming

* Leegstaande en vervallen gebouwen               * Openlijk alcoholgebruik 

* Belediging/bedreiging door jongeren              * Prostitutie

* Commerciele seksbedrijven                           * Honden en hondenpoep

* Sloopauto’s                                                * Parkeerproblemen

* Vechtpartijen                                              * Geweld binnen het gezin

* Racisme/conflicten allochtonen

In veel buurten worden hinderlijk gedrag, vervuiling, intimiteiten, openbare dronkenschap, geluidsoverlast et cetera als zeer belastend voor het leefklimaat ervaren, soms nog meer belastend dan ‘criminaliteit’ zelf. Fysieke tekenen van verval, gebrek aan sociale controle, gebrek aan relaties en het gebrek in buurten om zich aan conventionele normen te houden, hebben volgens de theorie invloed op het aanwezige criminaliteitsniveau. Sociale desorganisatie en slechte sociale controle zijn vaak karakteristiek voor buurten waar lage inkomens, veel doorstroom, slecht functioneren van het gezin, een hoge allochtonendichtheid et cetera kenmerkend zijn. De “angst voor criminaliteit” kan in deze buurten een heel andere betekenis hebben dan de algemene betekenis die aan het begrip wordt gegeven. Angst voor medebewoners, daders, en represailles binnen de buurt kunnen wel eens belangrijker indicatoren zijn voor problemen binnen de buurt dan de (directe) angst voor criminaliteit. Een belangrijk gegeven dat bijna nooit de aandacht heeft gekregen is het feit dat in buurten met een hoog criminaliteitsniveau vaak sprake is van een aanwezige daderpopulatie. Deze daders hebben ook buren, vrienden, en familie die binnen dezelfde buurt wonen. Slachtoffers zijn bijna verplicht om naast daders te wonen. De problemen zijn hier vaak dermate groot; het vermogen van de bewoners om hier wat aan te doen is vrijwel nihil.

Het is dus zaak om vanuit preventief oogpunt er voor te zorgen dat fysiek en sociaal verval in buurten zo veel als mogelijk wordt tegen gegaan. In Nederland zijn daar vele voorbeelden van te geven: snel verwijderen van graffiti, grootschalige renovatie, bewonersbemiddeling, schoon en heel opruimacties, toewijzingsbeleid bij huurders, selectieve bewonerssamenstelling, inrichtingseisen aan de gebouwde omgeving. En wat zegt de wetenschap over de mate van fysiek en sociaal verval van buurten als veroorzaker van criminaliteit? Bijgesloten treffen jullie een recent overzicht aan van de beschikbare kennis daarover.

Bron

Lanfear, Charles C., Ross L. Matsueda, & Lindsey R. Beach (2020). Broken Windows, Informal Social Control, and Crime: Assessing Causality in Empirical Studies. Annual Review of Criminology, vol. 3, pp. 97-120. https://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev-criminol-011419-041541

Samenvatting

An important criminological controversy concerns the proper causal relationships between disorder, informal social control, and crime. The broken windows thesis posits that neighborhood disorder increases crime directly and indirectly by undermining neighborhood informal social control. Theories of collective efficacy argue that the association between neighborhood disorder and crime is spurious because of the confounding variable informal social control. We review the recent empirical research on this question, which uses disparate methods, including field experiments and different models for observational data. To evaluate the causal claims made in these studies, we use a potential outcomes framework of causality. We conclude that, although there is some evidence for both broken windows and informal control theories, there is little consensus in the present research literature. Furthermore, at present, most studies do not establish causality in a strong way.

Afsluitend

De wetenschap is er dus niet helemaal uit hoe de relatie tussen buurtverval en criminaliteit er uit ziet. Tja, dat hoort natuurlijk bij de wetenschap. Feit is echter wel dat de ´broken windows theorie´ zowel in Nederland als daarbuiten van grote invloed is geweest op het beleid gericht op het tegen gaan van verval in buurten. Bij velen waarschijnlijk onbekend, maar George L. Kelling en James Q. Wilson, beiden inmiddels overleden, kunnen als de grondleggers van die theorie worden gezien. Dat was het weer voor vandaag. Morgen weer een nieuwe ´kennisparel´, blijf gezond, optimistisch, en aardig voor elkaar.