Categorieën
Archief Kennisparels

[68] 1 juli 2020: Fatal Police Shootings: Patterns, Policy, and Prevention

Inleiding en context

Woensdag 1 juli 2020. In januari van dit jaar verscheen een themanummer van Annals of the American Academy of Political and Social Sciences over dodelijk wapengebruik door de politie. Het themanummer verscheen dus voor de dood van George Floyd, een Afro-Amerikaanse man in Minneapolis (Minnesota) op 25 mei 2020. Floyd stierf nadat een politieagent met zijn knie meer dan acht minuten op Floyds nek had geleund, terwijl deze geboeid met zijn buik op straat lag. De doodsoorzaak was in dit geval dus niet veroorzaakt door wapengebruik van de politie. De dood van Floyd zorgde ervoor dat er meerdere dagen werd gedemonstreerd tegen politiegeweld over de hele wereld.

De bijdragen in het themanummer zijn naar mijn mening toch relevant in een breder kader van politiegeweld. Bijgesloten treffen jullie de inleiding tot het themanummer aan geschreven door Lawrence W. Sherman, één van de bekendste politieonderzoekers van dit moment. Vanuit verschillende perspectieven vat Sherman de dertien bijdragen samen tot een coherent geheel. Uiteraard erg Amerikaans, maar ook met wijze lessen voor Nederland om dodelijk wapengebruik door de Nederlandse politie te voorkomen.   

Bron

Sherman, Lawrence W. (2020). Evidence-Based Policing and Fatal Police Shootings: Promise, Problems, and Prospects. Annals of the American Academy of Political and Social Sciences, vol. 687, no. 1, pp. https://journals.sagepub.com/toc/anna/687/1

Samenvatting

The promise of evidence-based policing is to reduce harm with better research for targeting, testing, and tracking police actions. The problems of using evidence-based policing to reduce harm are found in the emotional dimensions of ethics and risk. These problems are most pronounced with fatal police shootings, where the risks of injury to American police are often framed as a zero-sum choice in relation to the ethics of taking citizens’ lives. Yet evidence-based policing offers good prospects for reframing the debate over fatal police shootings, in ways that could reduce harm to both police and citizens. This volume offers substantial new evidence for initiatives at all levels of U.S. government that could help to save lives in police encounters with citizens. Putting that evidence to work remains the major challenge facing the American police.

The most important message from this volume is the need for scholars of policing to make their research more accessible to the general public, including police. Meaningful and helpful illumination of the dynamics of police shootings puts scholars under substantial pressure to use complex statistics and creative, sometimes complicated, research methods. In using the tools of experts, scholars may limit their audience to people who can take no action. So the research must also speak to those who can act.

The author offer an appeal to academics and “pracademics” of police practice: write a plain language summary of all the research that has implications for policy-makers. Spell out the policy implications, rather than pointing in a general direction. The true promise of evidence-based practice is that it focuses on concrete, applied solutions. By doing so, it can make research better able to serve democracy, even in a world roiled by “irrationality.” Testing ways of saving lives can add much clarity, and rationality, to decision-making at all levels of governance. It is, after all, irrational to think that better evidence should win out, just because it is scientifically better than the alternative. Like police legitimacy, better evidence must sell itself in a public dialogue, every day, even with setbacks. The audience is ready and waiting. We need only reach out to it, with clarity and humility.

Afsluitend

Het vuurwapen moet worden gezien als het verlengstuk van de fysieke kracht van de politieambtenaar zonder welke de sterke arm geen sterke arm zou zijn, (Eerste Kamer 1988-1989, wetsvoorstel 19 535, Memorie van antwoord, bladzijde 5). Dat was vroeger zo, en dat is anno 2020 ook nog steeds het geval. Voor de daadwerkelijke handhaving van orde en veiligheid is het onder bepaalde omstandigheden voor de overheid onvermijdelijk om geweld toe te passen. Niet alleen tegen verdachte burgers maar ook om mensenlevens te redden, om geweld tegen burgers te keren. In een rechtsstaat past het dat de overheid het recht op geweldsgebruik monopoliseert en eigenrichting tussen burgers afwijst. Maar het geweldsmonopolie kan niet naar willekeur worden gehanteerd. De grondwet waarborgt niet voor niets de onaantastbaarheid van het lichaam, behoudens de bij of krachtens de wet te stellen beperkingen. En de overheid is bij uitstek degene die wordt gebonden aan de regels van het recht. Het overheidsgeweld ten behoeve van de handhaving van de interne rechtsorde is in handen gelegd van de politie die daartoe over wapens en speciale uitrusting beschikt. De discussie vandaag de dag om ook andere rechtshandhavers van wapens te voorzien lijkt het geweldmonopolie van de politie te doen wankelen. Gezien de desastreuze gevolgen van dodelijk wapengeweld door de politie is dit een ongewenste ontwikkeling. Bijgesloten inleiding over dat dodelijk wapengebruik door de politie toont aan dat er zeer zorgvuldig met het geweldsmonopolie moet worden omgegaan.