Categorieën
Een kennisparel van Jaap de Waard

[75] 10 juli 2020: Ontwikkelingen in de (geregistreerde) criminaliteit: Nationale en internationale trends en verklaringen

Inleiding en context

Vrijdag 10 juli 2020, vandaag verstuur ik alweer de 75e ´kennisparel´. Het begon allemaal op 16 maart 2020, medewerkers van het ministerie van Justitie en Veiligheid werden toen verplicht om thuis te werken. Ik merkte toen op dat we in een uitzonderlijke situatie zaten. Voorlopig niet op kantoor (tot 6 april a.s. dacht ik toen nog). Dat zou ons tijd geven om ons meer inhoudelijk op ons werk te concentreren. Ik was toen in de veronderstelling dat het vergadercircuit beduidend zou afnemen, dat bleek een misvatting te zijn. Afijn, inmiddels ontvangt een groot aantal mensen en organisaties de ´kennisparels´, en gelukkig blijkt dat het ook zijn doel bereikt: kennis nemen van bestaande kennis op het terrein van criminaliteit en rechtshandhaving.

Vandaag een pareltje van mijn eigen hand (met dank aan ´wizard´ Mike Sabiran voor het vormgeven van de data). Het betreft een PowerPoint presentatie over ´Ontwikkelingen in de (geregistreerde) criminaliteit: Nationale en internationale trends en verklaringen´. Ik heb daar een aantal jaren geleden nog een omvangrijke verkenning naar uitgevoerd, de geïnteresseerde lezer kan die verkenning downloaden onder: https://www.researchgate.net/publication/301624820_Daling_van_geregistreerde_criminaliteit_Trends_en_mogelijke_verklaringen

Vandaag dus een update van deze verkenning in de vorm van een presentatie. Conclusie: het gaat goed  met de ontwikkelingen op de Nederlandse ‘’klassieke criminaliteitsmarkt’’. Er is sprake van een voortgaande daling bij vermogenscriminaliteit (autodiefstal, woninginbraak, autokraak, winkeldiefstal, straatroof en zakkenrollerij) en geweldscriminaliteit (mishandeling, seksueel geweld, verkrachting, moord en doodslag). Een zelfde ontwikkeling is zichtbaar op basis van zogenaamde slachtofferenquêtes waarin een steekproef van de bevolking aangeeft of ze het afgelopen jaar slachtoffer zijn geweest van criminaliteit.

Bij deze positieve ontwikkeling is een ‘’winstwaarschuwing’’ op zijn plaats: op basis van de dalende criminaliteitscijfers kunnen geen betrouwbare uitspraken worden gedaan over hoe de criminaliteitsmarkt zich in de komende jaren zal ontwikkelen. Er is sprake van een zogenaamde dynamische en niet van een statische criminaliteitsmarkt. De cijfers van de door de politie geregistreerde criminaliteit en die uit slachtofferenquêtes heeft een aantal beperkingen waarmee rekening gehouden moet worden.

De ‘’totale omvang’’ van criminaliteit behelst meer dan wat de politie registreert of waar individuen en bedrijfsleven via zogenaamde slachtofferenquêtes zelf opgave van doen. Er is sprake van een groot ‘dark number’ van misdrijven dat niet ter kennis van politie komt.

  • De cijfers hebben  betrekking op door de politie geregistreerde criminaliteit. Criminaliteit die (ook) wordt aangepakt door Bijzondere Opsporing Diensten, inspecties of bestuurlijke autoriteiten komt grotendeels niet in deze cijfers terug. Hierbij gaat het o.a. om thema’s als fraude en milieucriminaliteit.
  • In toenemende mate wordt in reactie op criminaliteit (o.a. fraude, georganiseerde misdaad, jeugdcriminaliteit, high impact crimes) ingezet op een integrale aanpak waarbij veel overheidsdiensten samen optreden. Activiteiten van politie en OM in dit verband leiden niet per definitie tot strafrechtelijke opsporing en vervolging, maar ook tot het in positie brengen van bestuursrechtelijke autoriteiten, toezichthouders of inspecties. Deze activiteiten komen dan niet tot uitdrukking in de cijfers van geregistreerde criminaliteit.
  • Zowel slachtofferenquêtes als  politieregistraties verschaffen slechts summier informatie over zogenaamde slachtofferloze delicten zoals illegaal wapenbezit, heling, (belasting)fraude, milieudelicten, knoeien met producten en intellectueel eigendom.
  • Er is slechts summier zicht op de omvang en ernst van verschillende vormen van cybercrime. Deze fenomenen komen niet of nauwelijks terug te vinden in de cijfers van geregistreerde criminaliteit. Professionals uit het veld waarschuwen voor de snel voortschrijdende digitalisering van de samenleving en ontwikkelingen.    
  • Ook binnen het domein van de georganiseerde criminaliteit wordt lang niet alles zichtbaar in de cijfers: volgens de beschikbare gegevens uit voortgangsrapportages van OM en politie wordt thans zo’n 40% van de criminele groepen waar de politie kennis van heeft, aangepakt (en 60% dus niet). Er is op dit gebied dus nog sprake van een fors handhavingstekort.
  • Ten slotte, het is niet voor iedereen veiliger geworden. De criminaliteitsdruk is ‘’scheef’’ of ongelijk verdeeld. Zowel bij daders, slachtoffers en binnen specifieke plekken, plaatsen of branches is sprake van een belastende concentratie van criminaliteit. Een klein percentage van de daders pleegt een fors deel van de criminaliteit; een klein percentage van de slachtoffers neemt een fors deel van het totale slachtofferschap voor de rekening; en in een aantal geografische gebieden wordt een fors deel van de criminaliteit gepleegd. Daar is het de afgelopen jaren niet veiliger geworden, en is er werk aan de winkel.

Bron

Waard, Jaap de (juli 2020). Ontwikkelingen in de (geregistreerde) criminaliteit: Nationale en internationale trends en verklaringen. Den Haag: Ministerie van Justitie & Veiligheid, Directei Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding, 25 pp. https://www.researchgate.net/publication/342803309_Ontwikkelingen_in_de_geregistreerde_criminaliteit_Nationale_en_internationale_trends_en_verklaringen

Samenvatting

Op basis van de bijgesloten PowerPoint presentatie kunnen de volgende ´opvallende feiten´ er worden uitgelicht:

  • Sinds 2002 een langdurige, significante daling van geregistreerde criminaliteit: na 2001 neemt de criminaliteit met 42 procent af;
  • Dalende trend is ook zichtbaar in slachtofferenquêtes (Veiligheidsmonitor). Sinds 2005 is sprake van een daling met bijna 50 procent van het totale individuele slachtofferschap;
  • Daling geldt voor zowel vermogenscriminaliteit en geweldscriminaliteit;
  • Het aantal moorden in Nederland is de afgelopen 20 jaar met bijna 50 procent afgenomen (van 230 moorden in 1999 tot 117 moorden in 2019);
  • De onveiligheidsgevoelens onder de Nederlandse bevolking zijn tussen 2005 en 2019 met 34 procent afgenomen;
  • Het totale individuele slachtofferschap van cybercrime is tussen 2012 en 2019 met acht procent toegenomen;
  • De aangiftebereidheid van het totale slachtofferschap is tussen 2012 en 2019 met twintig procent afgenomen;
  • De daling van criminaliteit is in een groot aantal geïndustrialiseerde landen waarneembaar;
  • In 2018 werden bijna 160 duizend mensen door de politie verdacht van het plegen van een misdrijf (in 2008 waren dat er 309 duizend): een daling met 48 procent;
  • Het aantal minderjarige verdachten is in tien jaar tijd met 60 procent afgenomen, die trend is ook internationaal waar te nemen;
  • Op basis van de thans beschikbare kennis blijkt de beveiligingshypothese nationaal en internationaal de meest belangrijke en robuuste verklaring te zijn: Er is een algemene (internationale) toename in de preventiebereidheid: kwaliteit en financiële investering in criminaliteitspreventie door burgers, overheden, bedrijfsleven en producenten. De toepassing van gelegenheid beperkende criminaliteitspreventieve maatregelen blijkt nationaal en internationaal effectief.
  • Ten slotte, niet in alle geografische gebieden en buurten is sprake van een daling van criminaliteit.

Afsluitend

Zoals inleidend is gesteld: het gaat goed met de ontwikkelingen op de Nederlandse ‘’klassieke criminaliteitsmarkt’’. De vlag kan dus uit, maar dat is tot nu toe slechts zeer sporadisch het geval geweest. Bij de daling van de criminaliteit moet echter wel een belangrijke kanttekening geplaatst worden: De paradox van een succesvolle aanpak. De paradox van voorbeeldig toegepaste combinaties van criminaliteitspreventieve en repressieve maatregelen en interventies is dat succesvol beleid binnen een korte periode weer verloren kan gaan. De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzaam beleid onderhoud vergt. Bij succesvol beleid bestaat vaak de reactie om zich terug te trekken. Het criminaliteitsprobleem is weer tot een aanvaardbaar niveau terug gebracht, dus kunnen de (financiële) investeringen teruggedraaid worden. Hierdoor komen problemen die zich voor de toegepaste investering voordeden vaak binnen een korte periode weer terug.

De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzame maatregelen in leven moet worden gehouden. Uiteraard moet ieder pakket van maatregelen na verloop van tijd bijgesteld of aangevuld worden, maar het rigoureus stoppen met maatregelen kan zeer negatief uitpakken. Succesvolle aanpakken – tot uitdrukking komend in afname van een bepaalde vorm van criminaliteit- moeten niet te snel worden afgebouwd, maar dat juist de druk op de ketel gehouden moet worden om te voorkómen dat de geboekte successen binnen een korte periode weer verloren gaan. Gedacht kan worden aan de criminele hennepkweek in Brabant / Zeeland, de aanpak van  high impact crimes, aanpak van sociale veiligheid in het Openbare Vervoer, de aanpak van rondtrekkende criminele dadergroepen en grensoverschrijdende criminaliteit zoals mensensmokkel en export van drugs. Kortom: de overheid moet blijven anticiperen op de dynamiek binnen de ´criminaliteitsmarkt´.