Categories
A pearl of knowledge

[97] 19 August 2020: How Similar Are Modern Criminal Syndicates to Traditional Mafias?

Inleiding en context

Woensdagochtend 19 augustus 2020, voor velen weer een ´thuiswerkdag´. En dat zal voorlopig wel zo blijven volgens de boodschap van Rutte en de Jong gisteravond. Hopelijk heeft dat gegeven tot gevolg dat er meer tijd kan worden besteed aan het kennis nemen van bestaande kennis. Vandaar de dagelijkse ´kennisparels´ die jullie ontvangen. Beleidsmatig kan dat kennis nemen van bestaande kennis nogal een verschil maken: ´is het waar of is het politiek? / is het op evidentie gefundeerd beleid of is het instinctbeleid?´. Wanneer we een beleid willen hebben om criminaliteit en rechtshandhaving effectief aan te pakken, dan moet voldaan worden aan drie essentiële voorwaarden. De benadering moet gefocused zijn, de inzet moet doelgericht zijn en de uitvoering zal kwalitatief aan de maat moeten zijn. En bestaande kennis kan daarbij zeer behulpzaam zijn.

Na deze ´valorisatieles´ nu naar de ´kennisparel van vandaag, hoe verhouden ´nieuwe criminele organisaties´ zich tot de vijf traditionele eeuwenoude misdaadorganisaties: de Amerikaans en Siciliaanse Cosa Nostras, de Ndrangheta uit Calabrië, de Chinese Triades en de Japanse Yakuza? Beide auteurs van bijgesloten overzichtsartikel zijn internationaal vermaarde onderzoekers op het terrein van georganiseerde criminaliteit. Wat zijn de primaire kenmerken van de ´traditionele misdaadorganisaties´, in welke mate zijn er overeenkomsten en verschillen aan te wijzen met nieuwkomers op georganiseerde misdaadmarkten? Allemaal relevante vragen die ook voor de Nederlandse aanpak van ´ondermijning´ of liever, georganiseerde criminaliteit, van belang zijn. Leesvoer voor direct en indirect betrokkenen dus bij deze materie.

Bron

Reuter, Peter & Letizia Paoli (2020). How Similar Are Modern Criminal Syndicates to Traditional Mafias? In: Michael Tonry & Peter Reuter (Eds.) Crime and Justice: An annual Review of Research, vol. 47. Chicago: University of Chicago Press, pp. 1-65. https://www.journals.uchicago.edu/doi/abs/10.1086/708869?journalCode=cj

Samenvatting

Five organizations exemplify organized crime organizations, or “mafias”: the American and Sicilian Cosa Nostras, the Calabrian ‘Ndrangheta, Chinese triads, and Japanese yakuza. Newer syndicates have emerged that are often called organized crime organizations but most importantly differ from the exemplars. Drug trafficking syndicates in Colombia and Mexico are large, wealthy, and extraordinarily violent but have proven fragile in the face of aggressive law enforcement, do not have fully formalized internal structures or elaborate cultures, and only occasionally attempt to exercise political power or provide dispute settlement services in the criminal world. The Primeiro Comando da Capital in Sao Paulo, originally a prisoner self-protection group, comes closer. It has a formalized internal structure and an elaborate culture that permit it partly to control drug markets and provide an alternative justice system in parts of Brazil. Rio de Janeiro’s Commando Vermelho, also originally prison-based and now extensively involved in drug trafficking, has some mafia-like characteristics. Other criminal syndicates are better thought of as “candidate criminal organizations” because they are not fully consolidated (e.g., the Neapolitan camorra), are not fully criminalized (e.g., Hells Angels), or aim mainly at political subversion and have only subsidiary involvement in profit-making crimes (e.g., the Colombian FARC).

Mafias are not necessarily the most damaging form of organized crime. If a country had to choose between the recklessly homicidal Mexican drug-trafficking syndicates and the more subtle Sicilian Cosa Nostra, no doubt the latter would cause less social harm at least in the short run. However, mafias persist as many other criminal organizations and syndicates do not. The Colombian government was able to eliminate the Medellin and Cali syndicates. The successor syndicates were comparably effective at smuggling cocaine but posed a much lesser threat to state authority. In contrast, even after a campaign of nearly 50 years by the US Department of Justice, the American Cosa Nostra still operates, even though it is much weakened ( Jacobs 2020).

The brief discussion of a range of candidate criminal organizations found more differences than similarities with the five mafias. It may be that it is hard to develop these organizations in modern societies, in which compared with pre modern societies there is so much more emphasis on wealth as the single measure of success. The most important factors that enable mafias to cohere over long

periods of time are perhaps those that distinguish them from mere profit-making enterprises. Corporations, even the largest, rarely survive as long as 100 years; there is rapid turnover in the S&P 500, a listing of the 500 largest US firms by capital value.31 Just as corporations have proven to be quite mortal, purely profit-making criminal syndicates may fail to endure. Money does not breed loyalty.

True, the criminal syndicates here considered distinguish themselves from legitimate corporations for their routine and sometimes excessive use of violence. Violence can prevent defections in the short run. Violence alone, however, does not breed loyalty and cannot substitute for a cultural apparatus engendering a long-term commitment from the members and group legitimacy. It is worth noting that the two Brazilian federations, the most mafia-like of the newer syndicates examined, both had their origins in efforts to improve prison conditions for large numbers of inmates and created elaborate systems of rules and sanctions. It may be that other enduring mafias will only develop in circumstances that create the need for protection against an oppressive, failing, or weak state

and when they are able to develop a cultural apparatus capable of legitimizing them vis-à-vis their own members and the surrounding population. We hope that this essay will engender further research on the topic.

Afsluitend

De vraag kan natuurlijk worden gesteld in welke mate de situatie in Nederland vergeleken kan worden met die in de beschreven landen in bijgesloten overzichtsartikel. Qua ernst en omvang beslist niet (we zijn geen Narcostaat), maar wat betreft de door de maffia gehanteerde methodieken zijn er wel degelijk overeenkomsten. Verder is de wereld natuurlijk een groot dorp geworden: globalisering is een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie. De klassieke maffia stopt niet bij de grenzen van de landen waar deze organisaties oorspronkelijk zijn ontstaan. Om eventuele infiltratie in het Nederlandse systeem te kunnen signaleren is Europese en internationale samenwerking van essentieel belang. We zien dat decennia lang dezelfde “klassieke” vorm van georganiseerde criminaliteit de grootste dreiging blijft vormen voor de Nederlandse samenleving: de drugsindustrie. Illegale markten rond drugs zijn sinds jaar en dag dé dominante factor in ons land: de productie van synthetische drugs en hennep, de in-en doorvoer van cocaïne en heroïne, en drugs gerelateerde illegale financiële transacties inclusief witwassen.

Op basis van een groot aantal nationale en internationale bronnen kan gesteld worden dat de drugsindustrie qua omvang de grootste illegale markt is ten opzichte van andere illegale markten.  Dat pleit ervoor om de focus van het toekomstige beleid te blijven  te blijven concentreren op die drugsindustrie (productie, doorvoer en handel). Direct gerelateerd aan deze fenomenen is witwassen een onmisbaar onderdeel van het criminele bedrijfsproces, de motor van het criminele bedrijf. Witwassen is het instrument voor het versluieren en het weer in de bovenwereld brengen van de omvangrijke criminele winsten die met drugsproductie en-handel worden verdiend bijvoorbeeld via vastgoedtransacties, financiële constructies met rechtspersonen, gebruik van ‘front stores’, investeringen in lokale bedrijvigheid en sponsoring lokale verenigingen. Om dezelfde reden zien we bepaalde fraudeconstructies en -vormen terugkomen als instrumenten. De vraag is hoe klassieke georganiseerde criminaliteitsstructuren ook in Nederland vaste voet aan grond krijgen. Bijgesloten ´kennisparel´ geeft in ieder geval weer hoe die structuren er uit zien, daar valt bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit ook van te leren.