Categorieën
Archief Kennisparels

[167] 16 februari 2021: Trauma Bonding Perspectives From Service Providers and Survivors of Sex Trafficking: A Scoping Review

Inleiding en context

Een hele fijne dag allemaal, het is alweer dinsdag 16 februari 2021. Het moet meer eens afgelopen zijn met die grijze regen, daarom dit muzikale verzoek: https://www.youtube.com/watch?v=lIPan-rEQJA Een schitterend en tijdloos nummer. De ´kennisparel´ van vandaag gaat over slachtoffers van seksuele uitbuiting en de mate waarin zij een zogenaamde ´traumaband´ met de dader / uitbuiter hebben. Het bijgesloten systematische overzicht geeft op basis van 15 empirische onderzoeken de specifieke kenmerken weer van traumabinding tussen slachtoffer en dader. 

Traumabanden bij gedwongen prostitutie / sekswerk dwingen slachtoffers om zich te onderwerpen aan de voortdurende uitbuiting van de mensenhandelaar om hem of haar hiermee te beschermen. Een vergelijkbaar fenomeen staat in de vakliteratuur ook beked als het zogenaamde Stockholmsyndroom. Dat betreft het psychologisch verschijnsel dat soms optreedt tijdens een gijzeling. Het verschijnsel houdt in dat de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt. De benaming komt van de Norrmalmstorg-overval op de Kreditbanken  in Stockholm en de daaropvolgende gijzeling van 23 tot 28 augustus 1973. De gegijzelden namen het voor hun gijzelnemers op, zelfs nog ná de zesdaagse gijzeling. Tijdens de verhoren hielden ze zich in ten voordele van de gijzelnemers. Aangenomen wordt dat het Stockholmsyndroom tot ontwikkeling kan komen in een omstandigheid waar de gijzelnemer absolute controle over de gegijzelden kan uitoefenen en binnen die absolute controle voorziet in de basisbehoeften van het slachtoffer, bijvoorbeeld door het geven van voedsel of beschutting. Voor buitenstaanders is dit een paradoxale situatie, omdat het ook bij de gegijzelde bekend is dat hij zich slechts in een afhankelijke situatie bevindt als gevolg van de acties van de gijzelnemer.

De kenmerken van traumabinding die in het bijgesloten overzichtsartikel zijn geïdentificeerd betreffen: (1) machtsongelijkheid die mensenhandelaars in de kaart speelt, (2) mensenhandelaars ‘opzettelijk´ gebruik van positieve en negatieve interacties met het slachtoffer, (3) dankbaarheid van het slachtoffer voor positieve interacties en zelfbeschuldiging van de negatieve, en (4) internalisering van de mening van de dader door het slachtoffer. Ook eerder opgelopen trauma’s maakten slachtoffers kwetsbaar. Uit de beschikbare kennis blijkt dat het nog grotendeels onbekend is hoe traumabanden tussen slachtoffer en dader kunnen worden beëindigd.

Bron

Casassa, Caitlin, Logan Knight & Cecilia Mengo (January 2021) Trauma Bonding Perspectives From Service Providers and Survivors of Sex Trafficking: A Scoping Review. Trauma, Violence & Abuse, 18 January, pp. 1-16.

https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/1524838020985542

Samenvatting

A trauma bond is an emotional attachment between an abuser and victim. Trauma bonds in sex trafficking compel victims to submit to continued exploitation and protect the trafficker. This scoping review examines trauma bonds in sex trafficking situations, its conceptualizations, and key characteristics. Ten databases were searched using sex trafficking AND trauma bonding–related terms; sex trafficking AND Stockholm syndrome, attachment, coercion, and manipulation. Articles were included if they featured trauma bonding, were published in English after 2013, or featured sex trafficking victims or traffickers in a Western country. Fifteen articles were included. The features of trauma bonding identified in these articles were (1) imbalance of power that favors trafficker, (2) traffickers’ deliberate use of positive and negative interactions, (3) victim’s gratitude for positive interactions and self-blame for the negative, and (4) victim’s internalization of perpetrator’s view. We also identified four aspects related to trauma bonding: (1) prior trauma made victims vulnerable, (2) victim’s feelings of love remained even after exiting trafficking, (3) love is why victims do not prosecute traffickers, and (4) traffickers’ intentional cultivation of the trauma bond. No article indicated how trauma bonds could be severed and replaced with healthy attachments. These findings reveal the need for practitioners and law enforcement and criminal justice professionals to address trauma bonding in both trafficking and post trafficking situations. The findings also represent potential targets for urgently needed interventions that promote the replacement of trauma bonds with healthy attachments.

Trauma bonds perpetuate survivors’ physical, mental, and emotional victimization and exploitation, impacting survivors’ safety and well-being, participation in legal processes, and utilization of services and other resources. This study therefore set out to examine the research gaps regarding trauma bonds in sex trafficking situations, to explore how trauma bonds have been conceptualized or defined with regard to sex trafficking, and to describe the key aspects or factors of trauma bonding in sex trafficking situations. The findings of this scoping review provide implications for policy and practice with sex trafficking victims. Legislators who are drafting laws regarding the prosecution of traffickers or protection of victims must take into consideration the common presence of a trauma bond between a victim and her trafficker. The victim’s affection for and idealization of the trafficker, as well as her desire to shield him from prosecution, may cause the victim to give the false impression that she is a willing, competent, and fully consensual partner to her exploitation. Law enforcement officials also need to be educated on this concept and trained on how to effectively respond to these situations with sensitivity and awareness. Practitioners working with victims who have exited their trafficking situations also need adequate training and resources on how to understand and help victims who are still attached to their traffickers. The fundamental need for social connection or attachment discussed in this review implies that strong and quality social connections should be a part of programming for survivors. More efforts should be made to fund and design mentoring programs for survivors. Finally, it will be important for a concise and agreed-upon definition of trauma bonding to be disseminated, preferably with specific diagnostic criteria that could be included in an updated version of the DSM-5. These efforts would greatly improve relevant systems’ response to the presence of trauma bonding in sex trafficking survivors.

Afsluitend

Traumabinding houdt het fysieke, mentale, emotionele slachtofferschap en de uitbuiting van slachtoffers van gedwongen prostitutie in stand. Dat gegeven heeft grote invloed op de eigen veiligheid en het welzijn van die slachtoffers. Het heeft ook invloed op het niet doen van aangifte tegen de dader(s), niet willen deelnamen aan formele rechtszaken en de veroordeling van daders. De bijgesloten studie heeft aangetoond dat traumabinding een verontrustend en omvangrijk probleem is dat veel slachtoffers van gedwongen prostitutie / sekswerk schaadt. Het  bijgesloten overzichtsartikel biedt hopelijk een nuttig inzicht in de richting waar beleid en praktijk verder mee kunnen.