Categorieën
Archief Kennisparels

[180] 9 maart 2021: How Does Restorative Justice Work? A Qualitative Metasynthesis

Inleiding en context

Goede morgen allemaal, het is dinsdagochtend 9 maart 2021. Het is mooi om te zien dat de dagen weer langer licht zijn. De wat sombere dagen na de kerst zijn zo goed als verdwenen. Op naar de zomertijd! Vanochtend om te beginnen een ´golden oldie´ waar iedereen vrolijk van wordt: https://www.youtube.com/watch?v=4QN7kmOhBMw

Vandaag een ´kennisparel´ over hoe herstelrecht kwalitatief werkt in de praktijk. Herstelrecht is een benadering van justitie waarbij één van de reacties op een misdrijf bestaat uit het organiseren van een ontmoeting tussen het slachtoffer en de dader, soms met vertegenwoordigers van de bredere gemeenschap. Het doel is dat ze hun ervaringen delen met wat er is gebeurd, bespreken wie er door het misdrijf is geschaad en hoe, ten slotte dat ze consensus bereiken over wat de dader kan doen om de schade van het misdrijf te herstellen. Dit kan een financiële betaling zijn dat door de dader aan het slachtoffer is gegeven, excuses en andere vergoedingen en andere maatregelen om de getroffenen te compenseren en om te voorkomen dat de dader opnieuw toekomstige schade berokkent.

Een programma voor herstelrecht heeft tot doel overtreders ertoe te brengen de verantwoordelijkheid voor hun daden te nemen, de schade die ze hebben veroorzaakt te doorgronden, hen de kans te geven zichzelf te redden en hen te ontmoedigen om nog meer schade aan te richten. Het doel richting de slachtoffers is om hen een actieve rol in het proces te geven en om gevoelens van angst en machteloosheid te verminderen. Herstelrecht is gebaseerd op een alternatieve theorie voor de traditionele methoden van rechtvaardigheid, die vaak gericht zijn op vergelding. Herstelrecht programma’s kunnen echter traditionele methoden aanvullen, en er is betoogd dat sommige gevallen van herstelrecht een straf vormen vanuit het perspectief van sommige concepten over wat straf is.

De wetenschappelijke beoordeling van herstelrecht is positief. De meeste onderzoeken suggereren dat het ervoor zorgt dat daders minder snel recidiveren. Het gebruik ervan is sinds de jaren negentig wereldwijd gegroeid. In bijgesloten overzicht wordt een systematische beschrijving gepresenteerd hoe herstelbemiddeling werkt.

Bron

Suzuki, Masahiro & Xiaoyu Yuan (February 2021). How Does Restorative Justice Work? A Qualitative Metasynthesis. Criminal Justice and Behavior, 21 February, pp. 1-19. https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/0093854821994622?mc_cid=b2c2fc3859&mc_eid=0e98a4b101

Samenvatting

A systematic effort to answer in what ways and contexts the claims of restorative justice (RJ) prove persuasive is lacking. We address this gap through a metasynthesis of qualitative studies. Drawing on 26 studies identified through the systematic literature search, we identified three overarching themes to understand “how RJ works”: (1) opportunities for humanization, learning, and putting emotions of victims and individuals who committed a crime at the center of conflict-solving, (2) support networks and mechanisms for communication, and (3) life-changing journey enshrined in healing. We develop a line of argument showing how the micro-, meso-, and macro-elements of RJ interact with each other. While offering reflections on the limitations of existing literature around this key issue, we conclude with implications for advancing research of RJ.

The first overarching theme lends support to the suggestion in the literature that the key feature of RJ is communication between individuals who committed a crime and victims. RJ may benefit individuals who committed a crime and victims because it takes what is called a “humanistic mediation” approach. This approach is not settlement-driven but dialogue-driven, which aims to help individuals who committed a crime and victims “to recognize each other’s common humanity despite the conflict”.

The second overarching theme, support network and mechanism, fills a gap of an area often neglected in the literature. In our metasynthesis, support mainly came from mediators/facilitators through preparation and facilitation as well as from justice agencies. The significance of the support network and mechanism should be highlighted particularly in terms of the perspectives of individuals who committed a crime. Despite the scholarly consensus on the important role of support in the reintegration of individuals who committed a crime, it largely disappears from RJ literature. More attention needs to be paid to the role of the support networks and mechanisms in RJ.

The final overarching theme suggests a transformative impact. When it comes to the life-journey for individuals who committed a crime, for instance, RJ can be called a “turning point” to trigger change toward desistance. Or RJ can also be called a “stepping stone” on their desistance journey because participation RJ requires acknowledgements of offending and some individuals who committed a crime may already start their desistance journey before the RJ process. As a result of crime, individuals who committed a crime may also have various needs, such as expressing their remorse or telling their own stories. In RJ, individuals who committed a crime are also given opportunities to explain their situations and give an apology, which may help individuals who committed a crime restore their sense of dignity and reintegrate them into the community.

Afsluitend

Onlangs maakte mijn goede vriend en oud-collega Bert Berghuis een aantal kritische opmerkingen in een door hem geschreven column over herstelrecht: https://ccv-secondant.nl/platform/article/herstelrecht-als-alternatief-voor-het-strafrecht Ik maak afsluitend graag gebruik van een aantal van zijn observaties. Herstelbemiddeling is één van de vormen van herstelrecht, een vorm die niet expliciet plaatsvindt in het kader van de strafrechtelijke afhandeling, zij het dat de uitkomst van de bemiddeling eventueel wel een rol kan spelen in de wijze waarop de officier van justitie of de rechter beslist. Jaarlijks wordt in zo’n 1.400 gevallen geprobeerd de bemiddeling tot stand te brengen, vaak op initiatief van de dader, vaak na een geweldsdelict. Uiteindelijk vindt in een kwart feitelijk bemiddeling plaats, meest via een gesprek tussen beide partijen soms via een brief of een ‘pendel’ tussen beide door de bemiddelaar. In 2016 is voor herstelbemiddeling een beleidskader gekomen, nadat een periode van proefprojecten is afgesloten. 

Deze proefprojecten betreffen ook een vorm van herstelrecht die als ‘mediation’ wordt aangeduid, welke expliciet plaats heeft in strafrechtelijk kader, vóórdat de officier van justitie of rechter tot een beslissing komt. Uit de evaluatie van de proeven blijkt dat herstelrecht vooral een rol kan spelen bij lichte (gewelds)delicten met een betrekkelijk geringe emotionele uitwerking die dan bij succesvolle afronding in een sepot eindigen. Inmiddels is in 2020 ook voor mediation een beleidskader opgesteld. Dat gaat ook om ongeveer 1.400 zaken per jaar, waarvan naar zeggen 84% succesvol is beëindigd met een overeenkomst tussen dader en slachtoffer. 

Het effect van rechtsherstel, als die inderdaad tot stand komt, is veelal positief. Zowel de meeste slachtoffers als het merendeel van de daders vinden dit een bevredigende ervaring, althans een als zinvollere aanpak dan (alleen) de traditioneel strafrechtelijke. Ook zou er een gunstige uitwerking zijn op de mate waarin de dader recidiveert. Inderdaad blijkt uit vele studies dat degenen die meedoen aan bemiddeling of mediation minder kans maken op recidive dan de delinquenten uit een controlegroep. Maar daar zijn vraagtekens bij te zetten, zoals ook naar aanleiding van een Nederlandse studie die ook een lagere recidive liet zien naar voren is gebracht. Het grote probleem is ‘zelfselectie’: degenen die willen meedoen aan bemiddeling zijn om die reden al anders op een manier die toch al minder kans op recidive kan geven dan zij die niet willen of kunnen participeren. In het ideale geval vindt willekeurig toewijzing plaats aan wel of niet bemiddeling. Als dat gebeurt, zoals bij jeugdige delinquenten in de USA, dan blijkt er nog een zeer kleine reductie van recidive over, drie keer zo klein als bij niet-random toewijzing. Dergelijke studies in de VK en Australië lieten zien dat bemiddeling inderdaad tot minder recidive kan leiden, in ieder geval op kortere termijn. Dat zou niet voor iedereen opgaan maar wel voor specifieke groepen. Zo zou dit effect optreden voor zwaardere delicten, met name geweldsfeiten. Slotsom is dat rechtsherstel kan leiden tot bescheiden vermindering van recidive.

De opkomst van het herstelrecht is onderdeel van wat is aangeduid als de emancipatie van het slachtoffer. Oorspronkelijk werd dit met name door de criminoloog Bianchi gezien als een vervanging het strafrecht, later werd die beschouwd als een belangrijke aanvulling op de strafrechtspleging. De inmiddels gegroeide praktijk van het herstelrecht toont dat die aanvulling zich wel een vaste plaats lijkt te hebben verworven. Maar in kwantitatief opzicht blijft de interventie zeker vooralsnog bescheiden, die vooral bij geweldsfeiten een rol speelt en die mogelijk zeker niet altijd succesvol is maar bij succes doorgaans positief uitwerkt.