Categorieën
Een kennisparel van Jaap de Waard

[190] 25 maart 2021: Commercial Sexual Exploitation of Children and Adolescents in Europe: A Systematic Review

Inleiding en context

En wederom allemaal een hele fijne dag toegewenst deze donderdag 25 maart 2021. De ´kennisparels´ blijven maar binnen stromen in jullie email box, vandaag alweer de 190e sinds ik medio maart 2020 startte met dit initiatief. Ik gaf het al eerder aan, het betreft een groot scala aan onderwerpen binnen het kennisdomein van criminaliteit en rechtshandhaving. Meer dan 1000 ontvangers kunnen bijna dagelijks een persoonlijke keuze maken wat ze wel of niet interessant vinden. Pluk de onderwerpen die jullie interessant vinden en verwijder de onderwerpen die dat niet zijn. En wil je nog eens nakijken wat ik allemaal aan systematische reviews en ander kennismateriaal heb gestuurd, hier zijn ze allemaal chronologisch beschikbaar: service van de zaak: https://prohic.nl/de-parels-van-jaap-de-waard/

Vandaag een onderwerp waar je niet vrolijk van wordt: commerciële seksuele uitbuiting van kinderen in Europa. Het doel van bijgesloten review is om een ​​systematische en kritische beoordeling te geven van bevindingen met betrekking tot empirische studies die zijn uitgevoerd naar commerciële seksuele uitbuiting van kinderen (CSEC) in Europa. Het doel is om inzicht te krijgen in de kenmerken en belangrijkste onderwerpen die aan bod komen in het Europese onderzoek naar CSEC, hiaten in de beschikbare kennis te identificeren en suggesties te doen voor toekomstig onderzoek op dit terrein. De belangrijkste bevindingen uit deze studie tonen de noodzaak aan van meer en beter onderzoek rond een aantal gebieden van seksuele uitbuiting van kinderen in Europa. Er is meer en beter inzicht nodig op het gebied van capaciteitsopbouw, opleiding en bewustmaking van de samenleving als geheel en in het bijzonder bij professionals die directe steun verlenen aan kinderen en jongeren die het risico lopen seksueel te worden uitgebuit.

Commerciële seksuele uitbuiting van kinderen is nauw verwant met sekshandel en betreft ´misdrijven van seksuele aard gepleegd tegen jeugdige slachtoffers om financiële of andere economische redenen´. Deze misdrijven omvatten onder meer handel voor seksuele doeleinden, prostitutie, sekstoerisme, handel in bruidsshows, vroege huwelijken, pornografie, strippen en optredens op locaties zoals peepshows of clubs. Velen nemen in deze definitie ook “overlevingsseks” op (uitwisseling van seksuele activiteit voor basisbehoeften zoals onderdak, voedsel, drugs of geld), een praktijk die veel voorkomt onder dakloze / weggelopen jongeren.

Bron

Benavente, Beatriz, Diego A. Díaz-Faes, Lluís Ballester & Noemí Pereda (March 2021). Commercial Sexual Exploitation of Children and Adolescents in Europe: A Systematic Review. Trauma, Violence & Abuse, 10 March, pp. 1-20. https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/1524838021999378

Samenvatting

The objective of this review is to provide a systematic and critical summary of findings regarding empirical studies conducted on commercial sexual exploitation of children (CSEC) in Europe. The purpose is to gain an understanding of the characteristics and main topics addressed in European research on CSEC, identify gaps, and give suggestions for future studies. The review was guided by the “Preferred Reporting Items for Systematic Review and Meta-Analysis—Protocols”. A comprehensive search on several databases was conducted to identify published and unpublished empirical research on CSEC in Europe, revealing 3,846 documents. In total, 56 research papers that focused specifically on CSEC in European samples were included. Research concerning European studies of CSEC and trafficking for purposes of sexual exploitation has developed significantly over the last 20 years but is still rather limited and mainly focused on the UK and Sweden. Most of the studies reviewed suffer from important methodological flaws such as an inaccurate definition of the phenomenon analyzed, small and convenience samples, and nonvalidated and nonspecific instruments. Findings from this study demonstrate the need for greater exploration and research around a number of areas of sexual exploitation of children in Europe. Further work is necessary in terms of capacity building, training, and awareness-raising for society as a whole and, specifically, professionals providing direct support to children and young people at risk of exploitation.

Implications for Practice, Policy, and Research

  • Epidemiological research, particularly in Southern European countries, and for at-risk subpopulations, would help to respond to the problem of CSEC according to its real characteristics and dimensions.
  • A critical reappraisal of the hegemonic narrative on CSEC is needed in order to capture the complexity of the phenomenon.
  • Studies to improve the understanding of the personal pathways of the victims, including the processes that led the risk to be translated into effective situations of exploitation, are needed.
  • More research using larger sample sizes and diverse populations to better understand the needs of particularly vulnerable groups (including runaway and homeless youth, unaccompanied minors, young people in care, as well as those involved in juvenile justice, and young people lesbian, gay, bisexual, transgender/transsexual, intersex and queer/questioning (LGBTQ+) is also relevant.
  • Development of a CSEC screening tool to identify adolescents at risk or already involved in CSEC is critical in health, social, and educational contexts.
  • Professionals working with minors who are exploited or are at risk of being exploited need to be specifically trained in order to improve awareness and detection and also to avoid neglecting interventions that could put minors at great risk of abuse or revictimization.
  • Studies on the multiple experiences of victimization that sexually exploited children and adolescents have to face need to be conducted.
  • Evidence-based research on effective interventions to reduce trauma symptoms in children and adolescents and their reentry into commercial exploitation are needed.
  • Assessing the effectiveness of policies, laws, and programs related to the prevention of CSEC in different European countries is also necessary.
  • Drawing up a European protocol of action for cases of CSEC that will enable detection and notification by adequately trained and educated staff is critical.

Afsluitend

Een naar onderwerp zo op de vroege ochtend, maar wel een dagelijkse realiteit in Nederland en Europa. Commerciële seksuele uitbuiting van jongeren is een onderdeel van mensenhandel dat verwijst naar seksueel misbruik van een kind of adolescent (jonger dan 18 jaar) voor financieel gewin. Dit seksueel misbruik kan de vorm aannemen van lichamelijk misbruik, kinderpornografie of prostitutie. Schattingen van de werkelijke prevalentie van deze vorm van mensenhandel zijn om verschillende redenen moeilijk te verkrijgen. Daders zijn in staat om rechtshandhaving te omzeilen door slachtoffers over geografische grenzen te verplaatsen en door ondoorzichtige onlinereclame te gebruiken om hen op de markt te brengen. Handhavingsinstanties zijn vaak niet in staat om veel gevallen op te sporen, omdat de slachtoffers jong zijn, vaak worden gerekruteerd tussen negen en twaalf jaar wanneer ze bijzonder kwetsbaar zijn en daarom waarschijnlijk geen aangifte zullen en kunnen doen van het misbruik. Bovendien kunnen slachtoffers ouder lijken dan hun opgegeven leeftijd of een valse identificatie bij zich dragen.

De nadelige gevolgen voor de geestelijke gezondheid van slachtoffers zijn omvangrijk te noemen. De meest voorkomende stoornissen die worden gediagnosticeerd zijn depressie, angst, problemen met woedebeheersing en hechtingsstoornis. Ondanks de schade veroorzaakt door deze uitbuitingsrelaties blijven slachtoffers vaak gevangen in deze situatie. Dit is bekend onder de term aangeleerde hulpeloosheid: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aangeleerde_hulpeloosheid Vaak vanwege hun basisbehoefte aan voedsel, onderdak en veiligheid. Exploitanten of pooiers gebruiken verschillende tactieken om de slachtoffers te manipuleren. Dit bestaat onder meer het uitbuiten van de relatie als vriend, het eisen van de betaling van een schuld of het dwingen van het slachtoffer tot het plegen van strafbare feiten met de uitbuiter om loyaliteit te behouden. Ten slotte speelt gebrek aan vertrouwen in leervaardigheden, onzekerheid over huisvesting en moeilijkheden bij het vinden van werk verder bij aan de aanzienlijke belemmeringen voor het beëindigen van uitbuitingsrelaties en re-integratie in de maatschappij. Geen vrolijk beeld. Voor beleid en praktijk nog het nodige te doen om deze vorm van slachtofferschap te reduceren.