Categories
A pearl of knowledge

[194] 7 April 2021: Agressie en geweld in het veiligheidsveld: Literatuurstudie naar agressie en geweld jegens beroepsgroepen werkend onder beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie

Inleiding en context

Goede morgen allemaal, het is woensdagochtend 7 april 2021. Af en toe vliegen er surrealistische sneeuwbuien langs mijn thuiskantoorraam. Laten we hopen dat die beelden snel verleden tijd zijn en weer optimistisch worden van een warme zon. Maar nu naar de ´kennisparel´ van vandaag. Dat is een mooi samenvattend overzicht van slachtofferschap van werknemers met een publieke taak, in het bijzonder die werknemers die onder de beleidsverantwoordelijkheid vallen van het Ministerie van Justitie & Veiligheid. Op 31 maart jl. werd het startschot gegeven voor de instelling van een zogenaamde Taskforce Onze hulpverleners veilig. De taken, ambities en uitgangspunten van deze taskforce zijn hier te raadplegen: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-justitie-en-veiligheid/nieuws/2021/03/31/startschot-taskforce-onze-hulpverleners-veilig Volledigheidshalve heb ik ook de ‘’two-pager’’  toegevoegd waarin deze achtergrondinformatie ook is te vinden.

Bron

Aarten, Pauline, Bert-Jan Buiskool, Marye Hudepohl, Jaap van Lakerveld & Joery Matthys (december 2020). Agressie en geweld in het veiligheidsveld: Literatuurstudie naar agressie en geweld jegens beroepsgroepen werkend onder beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Den Haag: Ministerie van Justitie & Veiligheid, WODC, 118 pp. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3033

Summary

The nationwide registration and monitoring system of violence against people working in the security field has deteriorated in recent years. This is evident from a literature study by Leiden University commissioned by the WODC into the nature and extent of aggression against police officers, firefighters, ambulance employees, boas, prison employees, employees of youth care institutions and employees in the migration chain. The researchers argue for a continuation of a coordinated form of monitoring and make suggestions for further investigating violence against enforcers, service providers and health care providers.

The available monitor studies show that the number of cases of aggression and violence in the professional groups studied is high. There is a levelling off in the magnitude of aggression and violence against employees with a public task in a general sense, and specifically verbal aggression, physical aggression and intimidation. This fits in the bigger picture that in the Netherlands, the scale of aggression and violence has been declining for some time. The magnitude of aggression and violence has remained the same in specific professional groups, such as the fire brigade and prison staff.

Perpetrators of aggression and violence are usually young men under the influence of alcohol and drugs. These men are often part of a specific group known to the police. Aggression and violence by people with a mental disorder are also mentioned. Little is known from research about the internal personal and psychological factors that influence it. How professionals perceive and interpret situations influences their behaviour and thus the development of aggression and violence. The professionals working conditions also contribute, such as the nature of the job, years of experience, the extent to which someone has a colleague available as a back-up, and the extent to which the employer provides adequate support through training and training and aftercare after an incident.

Several studies mention social developments that influence aggression and violence in general but to a lesser extent specific to certain professional groups. For example, the researchers cite factors such as declining confidence in the government, developments in leisure time behaviour and substance use, developments in policy areas such as healthcare and the social domain, and the media’s role. The researchers propose developing a dashboard to view the records of incidents which makes central monitoring possible. According to the researcher, it is also important to focus on the professionalisation of professional groups to deal better with aggression and violence. Finally, the researchers argue in favour of conducting further research in a coordinated manner into aggression and violence against people working in the security field.

Afsluitend

De Taskforce heeft – op basis van bijgesloten literatuurstudie en de lessen die in 2017 uit het BZK-programma Veilige Publieke Taak (VPT) zijn getrokken drie actielijnen met een aantal onderliggende speerpunten geïdentificeerd. Dat zijn de volgende speerpunten:

  • Communicatie met burgers om de norm te versterken;
  • Veilig werkgeverschap;
  • Agressie voorkomen en vervolgen.

Opvallend is dat na beëindiging van het VPT-programma in 2017 de aandacht voor het onderwerp grotendeels lange tijd afwezig is geweest. Dat komt door wat genoemd kan worden ‘’de paradox van een succesvolle aanpak’’.  De paradox van voorbeeldig toegepaste combinaties van criminaliteitspreventieve en repressieve maatregelen en interventies is dat succesvolle projecten binnen een korte periode weer verloren kunnen gaan. De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzame preventieve en repressieve aanpakken onderhoud vergen. Wanneer maatregelen succesvol blijken te zijn, bestaat vaak bij de uitvoerders de reactie om zich terug te trekken. Het criminaliteitsprobleem is weer tot een aanvaardbaar niveau terug gebracht, dus kunnen de (financiële) investeringen teruggedraaid worden. Hierdoor komen problemen die zich voor de toegepaste investering voordeden binnen een korte periode weer terug.

Een voorbeeld hiervan is het veiligheidsbeleid binnen het openbaar vervoer. Medio jaren ’80 werd hier zwaar in geïnvesteerd via een gefocuste aanpak om de sociale veiligheid binnen het openbaar vervoer te bevorderen. Het beleid bleek uitermate succesvol te zijn. Echter, de investeringen in de succesvolle maatregelen werden langzamerhand teruggedraaid. Na verloop van tijd was het probleem weer even ernstig en omvangrijk als voor de preventieve ingreep. Het gevolg hiervan was dat een kleine 10 jaar later opnieuw een zogenaamd deltaplan sociale veiligheid in het openbaar vervoer opgezet moest worden. Weer tien jaar later werd weer uitvoering gegeven aan het Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (in kader van Veiligheidsprogramma). Oorzaak: het niet meer uit voeren van de succesvolle maatregelen had tot gevolg dat in zeer korte tijd eenzelfde situatie ontstond als daarvoor. Meer voorbeelden hiervan zijn de aanpak van commerciële overvallen, de aanpak van geweld tegen functionarissen met een publieke taak, en de aanpak van woninginbraak.

De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzame maatregelen in leven moet worden gehouden. Uiteraard moet ieder pakket van maatregelen na verloop van tijd bijgesteld of aangevuld worden, maar het rigoureus stoppen met maatregelen kan zeer negatief uitpakken. De vergelijking met een patiënt die plotseling afgesloten wordt van een infuus kan hierbij worden gemaakt. Via ’drip feeding’ moeten succesvolle maatregelen in leven worden gehouden. Centrale overheden spelen hierbij een belangrijke rol. Zij hebben de taak om succesvol en voorbeeldig gebleken preventief beleid in stand te houden. Dit kan deels door het verstrekken van aanmoedigingssubsidies, via aandachttrekkende publicaties in vakbladen, en door het verstrekken van kennis en informatie over succesvolle aanpakken.