Categorieën
Een kennisparel van Jaap de Waard

[216] 25 mei 2021: What Do We Know After Decades of Research About Parenting and Intimate Partner Violence?: A Systematic Scoping Review Integrating Findings

Inleiding en context

Goede morgen allemaal, het is dinsdag 25 mei 2021. Na alweer een wat koud en nat lang weekeinde begint de werkweek weer. Maak er wat moois van. Op naar de verse ´kennisparel´ van vandaag. Ik heb al verschillende pareltjes verzonden over huiselijk geweld of geweld achter de voordeur. Persoonlijk vind ik de Prevalentiemonitor huiselijk geweld en seksueel geweld 2020 die ik op 23 december vorig jaar verzond een hele mooie. Het betreft een gloednieuwe monitor over huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland. Het is in feite een variant van een slachtofferenquête, maar dan met de focus op deze twee fenomenen. Het betreft een, internationaal bezien, unieke monitor die maar in weinig andere landen op deze schaal is toegepast: https://prohic.nl/2020/12/23/142-23-december-2020-prevalentiemonitor-huiselijk-geweld-en-seksueel-geweld-2020/

Maar nu naar bijgesloten systematische literatuurstudie. Bijgesloten studie synthetiseert de beschikbare kennis uit de wetenschap over partnergeweld (Intimate Partner Violence) (IPV) en ouderschap in een conceptueel model. Op basis van 136 onderzoeken wordt beschreven hoe IPV het ondergane slachtofferschap van huiselijk geweld het ouderschap en de opvoeding beïnvloedde. Met behulp van vooraf bepaalde criteria hebben de auteurs meer dan 6000 artikelen gescreend en uiteindelijk 136 onderzoeken geselecteerd om te coderen en te analyseren. De resultaten tonen aan dat IPV het welzijn van moeders en opvoedingspraktijken ondermijnt. De bevindingen laten ook op meerdere manieren zien hoe moeders worstelen om de complexe taken van het ouderschap binnen IPV vorm te geven, waaronder emotionele coping, actiegerichte coping en sociale steun. Door systematisch bestaande gegevens over het onderwerp samen te brengen en te analyseren, geeft deze studie richting bij het opbouwen van de kennis over hoe vrouwen met IPV plannen maken voor fysieke en psychologische veiligheid van zichzelf en hun kinderen. Bijgesloten synthese van de literatuur geeft kennis om het theoretische kader uit te breiden en preventiepraktijken en -beleid te versterken. Voor de Nederlandse praktijk relevante inzichten om de opvoedingssituatie te verbeteren in gezinnen waar (systematisch) huiselijk geweld plaats vindt.

Bron

Sousa, Cindy A., Manahil Siddiqi & Briana Bogue (may 2021). What Do We Know After Decades of Research About Parenting and Intimate Partner Violence?: A Systematic Scoping Review Integrating Findings. Trauma, Violence & Abuse, 20 May, pp. 1-14.

https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/15248380211016019

Samenvatting

This systematic scoping literature review synthesizes scholarship about intimate partner violence (IPV) and parenting into a conceptual model. We integrate findings from across 136 studies. To be included, studies had to consider how IPV influenced one’s parenting and/or how parents responded to the violence they encountered in terms of their practices related to their children. Studies had to be peer-reviewed, empirical articles, done using quantitative, qualitative, or mixed methods, and published in English. There were no limits on the dates or locations of studies. Using these predetermined criteria, authors screened over 6,000 articles, finally selecting 136 studies to be coded and analyzed. Results demonstrate IPV undermines maternal well-being and parenting practices. Our findings also highlight multiple ways that mothers struggle to realize the complex tasks of parenting within IPV, including through emotional coping, action-based coping, and social support. By systematically bringing together and analyzing existing data on the topic, this study helps build the knowledge base around how women facing IPV plan for physical and psychological safety of themselves and their children. In our synthesis of the literature helps expand theoretical frameworks, and strengthen prevention practices and policies so they reflect both the suffering and the resilience of mothers who grapple with IPV. Our review draws attention to the need to focus interventions on promoting the mental health and parenting self-efficacy of mothers who suffer from the direct effects of IPV and its attacks on their mental health and parental role.

Afsluitend

Geen fijn of opwekkend onderwerp zo in de vroege ochtend maar wel een realiteit voor veel vrouwen en in mindere mate ook mannen. Ook hier is preventie de eerste route om te bewandelen. Uit bijgesloten review volgt een aantal Implicaties voor praktijk, beleid en onderzoek. Interventies met betrekking tot het functioneren van het gezin in de nasleep van IPV moeten gericht zijn op:

  • Het bevorderen van de geestelijke gezondheid en het gevoel van zelfredzaamheid van het ouderschap van moeders die samen met hun kinderen te maken hebben met geweld en lijden onder de directe gevolgen en de gevolgen ervan op hun geestelijke gezondheid en hun rol als ouder.
  • Het helpen van vrouwelijke slachtoffers van IPV om de banden weer op te bouwen met en gebruik te maken van begeleiding en zorg vanuit hun gemeenschap en sociale context.
  • Primaire preventie van IPV via universele, brede inspanningen om IPV zelf te voorkomen.
  • Onderzoek naar ouderschap binnen IPV moet meer aandacht besteden aan verschillende methodologische factoren, waaronder meer aandacht bij onderzoeksopzet voor:
  • De gevarieerde (en soms tegenstrijdige) reacties op IPV met betrekking tot ouderschap.
  • Factoren die kunnen leiden tot specifieke risico’s of mogelijkheden voor veerkracht bij moeders en kinderen (bijv. culturele of etnische verschillen; leeftijd en geslacht van kinderen; opleiding, inkomen of professionele status); en
  • Inzicht in tijdelijke of causale verbanden tussen IPV, geestelijke gezondheid, werkzaamheid van de interventies en ouderschapspraktijken.