Categorieën
Een kennisparel van Jaap de Waard

[218] 27 mei 2021: Kwaliteit van rechtspraak: Een kijk over de grenzen

Inleiding en context

Goede morgen allemaal, vandaag is voor mij een feestdag, mijn jongste dochter wordt 24 jaar en dat gaan we natuurlijk vieren. Voor de rechtspraak is het trouwens ook een feestelijke dag, op basis van gisteren verschenen onderzoek blijkt dat die Nederlandse rechtspraak het in internationaal vergelijkend perspectief goed doet. Wanneer het om internationale vergelijkingen gaat behoort Nederland vaak tot de beste leerlingen uit de internationale klas.  Op veel beleidsterreinen bestaat een lange traditie om te bepalen hoe de situatie in Nederland zich verhoudt tot andere (geïndustrialiseerde) landen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de vergelijking van het presterend vermogen binnen het onderwijs, milieu, (openbaar) vervoer en verkeer, arbeidsmarkt, financiële markten, landbouw, welzijn, klimaat, digitale economie, kwaliteit van het leven, migratiebeleid, armoedebestrijding, en volksgezondheid. Er is sprake van een rijkdom aan openbare bronnen op velerlei beleidsterreinen waarmee onder andere benchmark studies kunnen worden vervaardigd. En zoals gezegd Nederland doet het vaak (zeer) goed in die vergelijkingen.

Vandaag dus een ´kennisparel´ waarin op basis van zes internationale (trend)onderzoeken een oordeel wordt gegeven hoe goed of minder goed de Nederlandse rechtspraak het doet in vergelijking met andere landen. De internationaal vergelijkende onderzoeken die in bijgesloten rapport aan de orde komen, zijn achtereenvolgens (met het bijbehorende hoofdstuk-nummer):

1. de Rule of Law Index van het World Justice Project

2. het Justice scoreboard van de EU en de rapporten van de CEPEJ

3. de Eurobarometer van de EU

4. het Global Competiveness report van het World Economic Forum

5. het ‘doing business’-project van de World Bank

6. de onder auspiciën van het ENCJ uitgevoerde onderzoeken.

Op naar de ´kennisparel´ van vandaag. Trouwens, de eerste auteur Frank van Tulder, is een goede kennis van mij. Hij is één van de betere onderzoekers op het brede terrein van de rechtspraak en meer belangrijk, hij is ook nog een aardige en sympathieke collega.

Bron

Tulder, Frank van, Kim Strijbos & Sarah Koolen (mei 2021). Kwaliteit van rechtspraak: Een kijk over de grenzen. Den Haag: Raad voor de rechtspraak, 105 pp. https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/research-memoranda-nr-1-2021.pdf

Samenvatting

Bijgesloten rapport plaatst diverse aspecten van de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak in internationaal perspectief. Dit gebeurt op basis van de beschikbare internationaal vergelijkende onderzoeken, voor zover deze de rechtspraak betreffen. De nadruk ligt op het weergeven van de positie van Nederland ten opzichte van andere landen volgens in de onderzoeken gehanteerde maatstaven. Soms is daarbij via de weergave van onderliggende maatstaven in het onderzoek een beter beeld van de achtergronden te krijgen. Een verdere analyse van de oorzaken van geconstateerde verschillen tussen landen wordt in dit rapport niet gegeven.

Op basis van deze internationale vergelijking kunnen we concluderen dat de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak en het Nederlandse rechtssysteem in het algemeen goed te noemen is. In vergelijking met 15 andere West- en Midden-Europese landen staat Nederland meestal in de bovenste helft van de ranglijst en regelmatig ook op een van de eerste plaatsen. Het zijn vooral Scandinavische landen die Nederland dan vaak nog naar de kroon steken. Dit blijft in veel gevallen te gelden als de vergelijking met andere landen wordt verbreed naar de lidstaten van de gehele EU en de Raad van Europa, of de wereld. Maar op specifieke terreinen laat de internationale vergelijking zien dat er in het Nederlandse rechtssysteem ook ruimte voor verbetering is. Nederland scoort relatief zwak op de effectiviteit van het procederen voor bedrijven, de doorlooptijden van grotere civiele zaken en zaken in hoger beroep, kosten van procederen voor bedrijven en ICT-faciliteiten voor rechtzoekenden.

De oorzaken van de geconstateerde verschillen komen in bijgesloten rapport niet aan de orde, tenzij de gebruikte onderzoeken daarvoor zelf enige aanwijzingen voor geven. Verschillen in wet- en regelgeving, in institutionele vormgeving, in de beschikbare financiële en personele middelen en de wijze van inzet daarvan bij onderdelen van de juridische infrastructuur, waaronder de Rechtspraak, kunnen alle een rol spelen. Daar waar deze ‘benchmark’ suggereert dat het beter kan, maar niet direct duidelijk is hoe, lijkt een nadere analyse van de achtergronden van de verschillen in kwaliteit tussen Nederland en de best scorende landen ‘ter lering’ op zijn plaats.

Afsluitend

Op basis van de beschikbare kennis blijkt dat er een directe relatie is te leggen tussen een goed functionerende juridische infrastructuur (waaronder de Rechtspraak) en economische  groei. Vanuit internationaal perspectief doet de rechtspraak in Nederland het goed. Internationaal ziet de mate van tevredenheid en vertrouwen in de justitiële instituties er goed uit. Internationaal behoren we vaak tot de beste leerlingen van de klas. Alleen wordt dat te weinig voor het voetlicht gebracht, omdat we het niet weten of simpelweg niet gebruiken. Een investering om meer aandacht te besteden aan internationale vergelijkingen / benchmarks met de Nederlandse juridische infrastructuur kan mogelijkerwijs het imago van het justitiebeleid verbeteren. Op deze wijze is er kennis te genereren die dat  justitiebeleid van Nederland in een ander perspectief zet. Investeren in een juridische infrastructuur brengt ook geld op. Volgens onderzoek levert elke geïnvesteerde euro levert er vijf op. Dat is uiteraard een sterk argument om te gebruiken in het kader van de huidige onderhandelingen voor een nieuw Kabinet. De uitkomsten van bijgesloten studie kan o.a. gebruikt worden tijdens de onderhandelingen bij een nieuw te vormen Kabinet. Investeren in de juridische infrastructuur zal dan een goede investering blijken te zijn, ook voor economische groei en het ophogen van de concurrentiekracht en belangrijker, het vertrouwen in het functioneren van de Nederlandse overheid.