Probleemgericht werken aan High Impact Crime
[276] 20 oktober 2021: Youth in Europe: Effects of COVID-19 on their economic and social situation

Inleiding en context

Alle ´kennisparelontvangers´ ik wens jullie allemaal weer een goede morgen toe op deze woensdag 20 oktober 2021, het is en blijft een prachtige wereld: https://www.youtube.com/watch?v=wRMrAQuccEo ´Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst´. En die toekomst is door de COVID-19 epidemie uiteraard minder rooskleurig voor de jeugd zelf. Alle zeilen bij dus om de gevolgen van die epidemie zo veel mogelijk in goede banen te krijgen. Bijgesloten ´kennisparel´ van vandaag wijkt af van de gangbare die jullie regelmatig over het brede thema ´criminaliteit en rechtshandhaving´ ontvangen. Toch is naar mijn mening bijgesloten ´kennisparel´ relevant in de aanpak van bijvoorbeeld jeugdcriminaliteit en het voorkomen van de ontwikkeling van die factoren die jeugdcriminaliteit bevorderen en veroorzaken. Gedacht kan hierbij worden aan het voorkomen van vroegtijdige schooluitval, één van grootse risicofactoren van jeugdcriminaliteit. Maar ook opleiding, sociale achterstand, tweedeling, vrije tijdbesteding, geestelijk welzijn en het hebben van werk zijn in combinatie met elkaar belangrijke factoren die jeugdcriminaliteit kunnen veroorzaken en bevorderen.

Bijgesloten rapport geeft een internationaal vergelijkende beeld over de situatie van de jeugd in de lidstaten van de Europese Unie en de gevolgen van de COVID-19 epidemie hierop, onder meer op bovengenoemde factoren die jeugdcriminaliteit kunnen bevorderen. Naast een analyse van de verschillen tussen lidstaten wordt ook ingegaan op de mogelijke (negatieve) toekomstige gevolgen hiervan op het leven, welzijn en kansen en bedreigingen voor de Europese jeugd. Ook wordt ingegaan op gerichte en selectieve maatregelen die getroffen kunnen worden om een zogenaamde ‘lockdown generatie´ te voorkomen of te minimaliseren. Ik heb voor de snelle lezers ook de zogenaamde ´two pager´ (waar beleidsmensen en politici zo gek op zijn) bijgesloten die op hoofdlijnen de uitkomsten van het bijgesloten hoofdrapport beschrijft. Maar nu naar de kennisparel van vanochtend.

Bron

Konle-Seidel, Regina & Francesca Picarella (October 2021). Youth in Europe: Effects of COVID-19 on their economic and social situation. Luxembourg: European Parliament, Policy Department for Economic, Scientific and Quality of Life Policies, 63 pp.

https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2021/662942/IPOL_STU(2021)662942_EN.pdf

Samenvatting

The study analyses the effects of COVID-19 on youth unemployment, inactivity, work-based learning and mental health. The analysis is based on quantitative indicators and qualitative information from surveys and policy documents. It discusses the probability of long-term ‘scarring effects’, comparing the impact of the current crisis to that of the 2008/2009 global financial crisis and its aftermath. Economic downturns tend to harm young workers’ labour market outcomes disproportionately, and the COVID-19 recession was no exception. COVID-19 magnified the negative effects on young workers who were more affected than other age groups due to a pandemic specific combination of labour market challenges. Young people tend to work in industries and occupations most affected by the pandemic such as retail, hospitality and tourism. They are more often employed on temporary contracts, which were badly hit at the onset of the pandemic. Moreover, young people were heavily affected by school closures and restrictions on training opportunities. They have also experienced very low levels of mental well-being. The study addresses the following issues:

  • The impact of the pandemic on youth unemployment and NEET rates (not in employment, education or training);
  • Differences in impact across EU Member States;
  • The consequences for young people’s education and social situation;
  • Targeted measures to avoid a ‘lockdown generation’;
  • The EU agenda to build back better; and
  • Gaps to address in the recovery phase.

There are still wide variations in the size of the NEET population – ranging from about 6 % in the Netherlands to about 25 % in Italy. The increase during the pandemic was above average in Greece and Italy but below average in Bulgaria and Spain – also countries with high NEET rates. The composition of the NEET population has also remained broadly the same. The short-term unemployed are still the largest NEET group in Nordic, western and continental EU countries while in southern Member States the largest NEET groups are the long-term unemployed and discouraged young people. In eastern European countries, young women caring for children or relatives still account for a large proportion. Persistence of NEET rates is particularly high in regions with a weak industrial ecosystem.

The consequences of COVID-19 on education vary greatly by educational level and background of learners. While university students are perceived as the least affected, students in vocational education and training (VET) faced a double disadvantage because of school closures and restrictions on work-based learning opportunities. Research has so far not been able to study the exact effects on student skills and knowledge due to a lack of comparable databases but there are general concerns about long-lasting scaring effects. The wide-ranging impacts of school closures have, inter alia, disproportionately affected the mental well-being of young people. The prevalence of symptoms of anxiety and depression has risen dramatically and remains high even since the partial re-opening of the economy.

Job losses and reduced working hours have led to large reductions in labour income among young workers. Indicators such as “at risk of poverty and social exclusion”, however, do not yet provide a clear picture of whether there will be a negative impact on their social situation in the long term. There are, however, fears that particularly young people from marginalised backgrounds will suffer the negative consequences of youth unemployment, poor educational outcomes and poor mental health in the longer run.

Nonetheless, the negative consequences of the COVID-19 crisis for young people’s employment and social situation may be less severe than those of the global financial crisis because most EU countries have responded with targeted youth support measures at an early stage.

Measures range from support to keep and find jobs to strengthening work-based learning opportunities to income support and prevention of social exclusion. Only a few Member States, however, have taken initiatives to improve mental health services for young people. To avoid a lost or “lockdown generation” it is therefore important to pay special attention to young people’s mental health in the recovery phase.

At EU level, a variety of initiatives and programmes are already addressing many of the challenges and funding for youth has become a priority in the EU budget. The reinforced Youth Guarantee (YG) – committed to ensure that young people under 30 receive a good quality offer of employment, continued education, training or apprenticeship – is a chance to address some important gaps the Youth Guarantee of 2013 has shown over time. To this end, national YG implementation plans should be aligned with national Resilience and Recovery Facitlity (RRF) plans and priorities identified in the context of the European Semester. This requires an improved monitoring at EU level.

Afsluitend

Op basis van de bijgesloten ´kennisparel´ kunnen we concluderen dat de situatie van de Nederlandse jeugd er meer rooskleurig uit ziet dan in veel andere EU-lidstaten. Ondanks de ongekende steunmaatregelen van de Europese overheden zijn jongeren onevenredig zwaar getroffen door de pandemie. Onder jonge werknemers is sprake van een aanzienlijk verlies van werk en inkomen. Social distancing en thuiswerken veroorzaakt door COVID-19 kunnen misschien een negatieve invloed hebben op de loopbaanvooruitzichten van ook die jonge mensen die erin geslaagd zijn om een baan veilig stellen. Indicatoren geven voorlopig nog geen duidelijk beeld of er een lange termijn verslechtering van de werkgelegenheid en de sociale situatie van jongeren binnen Europa zal optreden.

De toename van jeugdwerkloosheid en NEET-percentages zijn tot dusver aanzienlijk lager gebleven dan tijdens en na de vorige wereldwijde financiële crisis. Echter, hoe langer de crisis duurt, hoe groter het risico dat werkloosheid verankerd raakt. Om een ​​‘verloren’ of lockdown-generatie te voorkomen is het belangrijk om speciale aandacht te besteden aan jongeren in de herstelfase na COVID-19. De uitdaging zal zijn om te beoordelen of het huidige beleid en de uitgevoerde maatregelen voldoende zijn om eventuele passende maatregelen te nemen wanneer dit niet het geval is. Reacties van nationale beleidsmakers tot het aanpakken van de geestelijke gezondheid van jongeren is momenteel beperkt te noemen. Van 22 EU landen die in februari 2021 door de OESO zijn ondervraagd, hebben slechts 12 initiatieven in deze richting genomen. Vandaar dat sector overschrijdende maatregelen om beleid voor geestelijke gezondheid te integreren in onderwijsomgevingen, werkplekken en sociale zekerheidsstelsels ook moeten worden opgenomen in herstel- en veerkrachtplannen. Indirect zal daar de aanpak en het voorkomen van jeugdcriminaliteit van mee kunnen profiteren.

Inleiding en context

Alle ´kennisparelontvangers´ ik wens jullie allemaal weer een goede morgen toe op deze woensdag 20 oktober 2021, het is en blijft een prachtige wereld: https://www.youtube.com/watch?v=wRMrAQuccEo ´Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst´. En die toekomst is door de COVID-19 epidemie uiteraard minder rooskleurig voor de jeugd zelf. Alle zeilen bij dus om de gevolgen van die epidemie zo veel mogelijk in goede banen te krijgen. Bijgesloten ´kennisparel´ van vandaag wijkt af van de gangbare die jullie regelmatig over het brede thema ´criminaliteit en rechtshandhaving´ ontvangen. Toch is naar mijn mening bijgesloten ´kennisparel´ relevant in de aanpak van bijvoorbeeld jeugdcriminaliteit en het voorkomen van de ontwikkeling van die factoren die jeugdcriminaliteit bevorderen en veroorzaken. Gedacht kan hierbij worden aan het voorkomen van vroegtijdige schooluitval, één van grootse risicofactoren van jeugdcriminaliteit. Maar ook opleiding, sociale achterstand, tweedeling, vrije tijdbesteding, geestelijk welzijn en het hebben van werk zijn in combinatie met elkaar belangrijke factoren die jeugdcriminaliteit kunnen veroorzaken en bevorderen.

Bijgesloten rapport geeft een internationaal vergelijkende beeld over de situatie van de jeugd in de lidstaten van de Europese Unie en de gevolgen van de COVID-19 epidemie hierop, onder meer op bovengenoemde factoren die jeugdcriminaliteit kunnen bevorderen. Naast een analyse van de verschillen tussen lidstaten wordt ook ingegaan op de mogelijke (negatieve) toekomstige gevolgen hiervan op het leven, welzijn en kansen en bedreigingen voor de Europese jeugd. Ook wordt ingegaan op gerichte en selectieve maatregelen die getroffen kunnen worden om een zogenaamde ‘lockdown generatie´ te voorkomen of te minimaliseren. Ik heb voor de snelle lezers ook de zogenaamde ´two pager´ (waar beleidsmensen en politici zo gek op zijn) bijgesloten die op hoofdlijnen de uitkomsten van het bijgesloten hoofdrapport beschrijft. Maar nu naar de kennisparel van vanochtend.

Bron

Konle-Seidel, Regina & Francesca Picarella (October 2021). Youth in Europe: Effects of COVID-19 on their economic and social situation. Luxembourg: European Parliament, Policy Department for Economic, Scientific and Quality of Life Policies, 63 pp.

https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2021/662942/IPOL_STU(2021)662942_EN.pdf

Samenvatting

The study analyses the effects of COVID-19 on youth unemployment, inactivity, work-based learning and mental health. The analysis is based on quantitative indicators and qualitative information from surveys and policy documents. It discusses the probability of long-term ‘scarring effects’, comparing the impact of the current crisis to that of the 2008/2009 global financial crisis and its aftermath. Economic downturns tend to harm young workers’ labour market outcomes disproportionately, and the COVID-19 recession was no exception. COVID-19 magnified the negative effects on young workers who were more affected than other age groups due to a pandemic specific combination of labour market challenges. Young people tend to work in industries and occupations most affected by the pandemic such as retail, hospitality and tourism. They are more often employed on temporary contracts, which were badly hit at the onset of the pandemic. Moreover, young people were heavily affected by school closures and restrictions on training opportunities. They have also experienced very low levels of mental well-being. The study addresses the following issues:

  • The impact of the pandemic on youth unemployment and NEET rates (not in employment, education or training);
  • Differences in impact across EU Member States;
  • The consequences for young people’s education and social situation;
  • Targeted measures to avoid a ‘lockdown generation’;
  • The EU agenda to build back better; and
  • Gaps to address in the recovery phase.

There are still wide variations in the size of the NEET population – ranging from about 6 % in the Netherlands to about 25 % in Italy. The increase during the pandemic was above average in Greece and Italy but below average in Bulgaria and Spain – also countries with high NEET rates. The composition of the NEET population has also remained broadly the same. The short-term unemployed are still the largest NEET group in Nordic, western and continental EU countries while in southern Member States the largest NEET groups are the long-term unemployed and discouraged young people. In eastern European countries, young women caring for children or relatives still account for a large proportion. Persistence of NEET rates is particularly high in regions with a weak industrial ecosystem.

The consequences of COVID-19 on education vary greatly by educational level and background of learners. While university students are perceived as the least affected, students in vocational education and training (VET) faced a double disadvantage because of school closures and restrictions on work-based learning opportunities. Research has so far not been able to study the exact effects on student skills and knowledge due to a lack of comparable databases but there are general concerns about long-lasting scaring effects. The wide-ranging impacts of school closures have, inter alia, disproportionately affected the mental well-being of young people. The prevalence of symptoms of anxiety and depression has risen dramatically and remains high even since the partial re-opening of the economy.

Job losses and reduced working hours have led to large reductions in labour income among young workers. Indicators such as “at risk of poverty and social exclusion”, however, do not yet provide a clear picture of whether there will be a negative impact on their social situation in the long term. There are, however, fears that particularly young people from marginalised backgrounds will suffer the negative consequences of youth unemployment, poor educational outcomes and poor mental health in the longer run.

Nonetheless, the negative consequences of the COVID-19 crisis for young people’s employment and social situation may be less severe than those of the global financial crisis because most EU countries have responded with targeted youth support measures at an early stage.

Measures range from support to keep and find jobs to strengthening work-based learning opportunities to income support and prevention of social exclusion. Only a few Member States, however, have taken initiatives to improve mental health services for young people. To avoid a lost or “lockdown generation” it is therefore important to pay special attention to young people’s mental health in the recovery phase.

At EU level, a variety of initiatives and programmes are already addressing many of the challenges and funding for youth has become a priority in the EU budget. The reinforced Youth Guarantee (YG) – committed to ensure that young people under 30 receive a good quality offer of employment, continued education, training or apprenticeship – is a chance to address some important gaps the Youth Guarantee of 2013 has shown over time. To this end, national YG implementation plans should be aligned with national Resilience and Recovery Facitlity (RRF) plans and priorities identified in the context of the European Semester. This requires an improved monitoring at EU level.

Afsluitend

Op basis van de bijgesloten ´kennisparel´ kunnen we concluderen dat de situatie van de Nederlandse jeugd er meer rooskleurig uit ziet dan in veel andere EU-lidstaten. Ondanks de ongekende steunmaatregelen van de Europese overheden zijn jongeren onevenredig zwaar getroffen door de pandemie. Onder jonge werknemers is sprake van een aanzienlijk verlies van werk en inkomen. Social distancing en thuiswerken veroorzaakt door COVID-19 kunnen misschien een negatieve invloed hebben op de loopbaanvooruitzichten van ook die jonge mensen die erin geslaagd zijn om een baan veilig stellen. Indicatoren geven voorlopig nog geen duidelijk beeld of er een lange termijn verslechtering van de werkgelegenheid en de sociale situatie van jongeren binnen Europa zal optreden.

De toename van jeugdwerkloosheid en NEET-percentages zijn tot dusver aanzienlijk lager gebleven dan tijdens en na de vorige wereldwijde financiële crisis. Echter, hoe langer de crisis duurt, hoe groter het risico dat werkloosheid verankerd raakt. Om een ​​‘verloren’ of lockdown-generatie te voorkomen is het belangrijk om speciale aandacht te besteden aan jongeren in de herstelfase na COVID-19. De uitdaging zal zijn om te beoordelen of het huidige beleid en de uitgevoerde maatregelen voldoende zijn om eventuele passende maatregelen te nemen wanneer dit niet het geval is. Reacties van nationale beleidsmakers tot het aanpakken van de geestelijke gezondheid van jongeren is momenteel beperkt te noemen. Van 22 EU landen die in februari 2021 door de OESO zijn ondervraagd, hebben slechts 12 initiatieven in deze richting genomen. Vandaar dat sector overschrijdende maatregelen om beleid voor geestelijke gezondheid te integreren in onderwijsomgevingen, werkplekken en sociale zekerheidsstelsels ook moeten worden opgenomen in herstel- en veerkrachtplannen. Indirect zal daar de aanpak en het voorkomen van jeugdcriminaliteit van mee kunnen profiteren.

prohic_linksonder