Probleemgericht werken aan High Impact Crime
[284] 1 november 2021: Risicoprofiling of risicovolle profiling tijdens grenscontroles?: Naar een verantwoord gebruik van proactieve risicoprofielen door rechtshandhavingsinstanties

Inleiding en context

Ik wens jullie allemaal een fijne nieuwe verse werkweek toe, het is alweer maandag 1 november 2021. Nog twee maanden en het vuurwerk mag de lucht weer niet in. Maar goed, vandaag een ´kennisparel´ over de toepassing van het zogenaamde risicoprofiling bij grenscontroles. Eerder verstuurde ik een ´kennisparel´ over de toenemende mate waarin de EU en haar lidstaten zich wenden zich tot technologieën voor kunstmatige intelligentie (AI) in hun inspanningen om de grenscontrole te versterken in het kader van de veiligheidsrisico’s in verband met grensoverschrijdend terrorisme en zware georganiseerde misdaad: https://prohic.nl/2021/08/18/253-18-augustus-2021-artificial-intelligence-at-eu-borders-overview-of-applications-and-key-issues/ 

En voor de liefhebber verwijs ik ook nog naar  een ´kennisparel´ over de impact op de grondrechten van kunstmatige intelligentie op het gebied van rechtshandhaving en strafrecht, vanuit het perspectief van de Europese Unie: https://prohic.nl/2020/08/04/4-augustus-2020-artificial-intelligence-and-law-enforcement-impact-on-fundamental-rights/ en nog een ´kennisparel´ die de meest recente inzichten biedt rond dat onderwerp betreffende de mogelijkheden van artificiële intelligentie en risicobeoordeling door de politie: https://prohic.nl/2021/01/15/151-15-januari-2021-artificial-intelligence-predictive-policing-and-risk-assessment-for-law-enforcement/

Maar nu naar bijgesloten ´kennisparel´ van vandaag waarin op een kritische wijze een oordeel wordt gegeven over het nut en onnut van risicoprofiling bij grenscontroles en kritieke infrastructuren. Dat is in Nederland ook een onderwerp waar momenteel volop de aandacht naar uit gaat. Kortom: waar spreken we over kansen en bedreigingen waar het om deze ´voorspellers´ van risicoprofielen gaat. Dat dit soms een hachelijke zaak kan zijn heeft de huidige toeslagenaffaire ons wel geleerd. Maar nu op naar bijgesloten bijdrage. 

Bron

Van der Auwera, Jop & Lore Van de Velde (oktober 2021). Risicoprofiling of risicovolle profiling tijdens grenscontroles?: Naar een verantwoord gebruik van proactieve risicoprofielen door rechtshandhavingsinstanties. Tijdschrift voor Veiligheid, vol. 20, no. 3, pp. 1-17.

https://tijdschriften.rechtsgebieden.rijks.boomportaal.nl/tijdschrift/tijdschriftveiligheid/2021/3/TvV-D-21-00001

Samenvatting

Hoewel risicoprofiling absoluut niet beschouwd kan worden als een ‘nieuw’ hulpmiddel bij de preventie van criminaliteit, heeft de toepassing ervan de afgelopen jaren toch aan populariteit gewonnen. Zowel bij de screening van asielzoekers, bij de controle aan de grensovergang in luchthavens (o.a. gedragsprofilering of het gebruik van risicoprofielen in de Europese passagiersinformatie-eenheid (PIE)) als bij het aanduiden van hotspots op lokaal niveau (o.a. Criminaliteits Anticipatie Systeem) wordt thans vaker getracht om personen met een criminele intentie te identificeren aan de hand van ordinale risicotaxaties. Die populariteitstoename is op zich niet merkwaardig, aangezien willekeurige politiepatrouilles al langer een verwaarloosbare impact blijken te hebben op de reductie van criminaliteit.

Preventieve risicoprofielen bezitten daarentegen een zeker potentieel om de interventies van of bewaking en beveiliging door rechtshandhavingsautoriteiten op grensposten doelmatiger en gericht vorm te geven. Niettemin doet het gebruik van zulke profielen ook enkele pertinente vragen rijzen. Precies in het licht van deze ambivalentie zal in voorliggende theoretische bijdrage aan de hand van een gebalanceerd en reflectief overzicht worden stilgestaan bij de aandachtspunten en succesfactoren van de risicoprofiling tijdens grenscontroles, teneinde uit te maken wanneer gesproken kan worden over ‘risicoprofiling’ en wanneer het concept ‘risicovolle profiling’ gehanteerd dient te worden.

Iedereen bij de grenscontroles (o.a. luchthavens, treinstations enz.) grondig onderwerpen aan een uniforme screening is niet alleen inefficiënt of economisch oninteressant, maar ook praktisch onhaalbaar (o.a. tijds- en middelengebrek). Net omdat het aantal potentiële criminelen in de populatie bijzonder klein is en veiligheidsdreigingen slechts sporadisch voorkomen, dient gezegd dat de dagelijkse uitdaging van rechtshandhavers erin bestaat om de spreekwoordelijke ‘speld in een hooiberg’ te vinden. In het in de bijdrage geschetste kader zijn risicoprofielen enorm waardevol voor grensposten, in het bijzonder omdat ze de theoretische potentie bezitten om aan te duiden in welk segment van de ‘hooiberg’ het best gezocht kan worden om de statistische kans op het vinden van de ‘speld’ te maximaliseren. Door systematisch aan de hand van een risicoprofiel de aangeduide personen te onderwerpen aan een beveiligingscontrole, bezit men namelijk het vermogen om met eenzelfde inspanning een hogere effectiviteit te halen.

Het gebruik van risicoprofielen kan beschouwd worden als een waardevolle ‘supplementaire beveiligingsmethodiek’ (vooral inzake de grenscontrole én ter beveiliging van kritieke of vitale infrastructuur) die – als onderdeel van een omvangrijk en gelaagd beveiligingsapparaat – noodzakelijkerwijs moet worden toegepast in combinatie met andere beveiligingsmethodieken. Het is niets nieuws, noch wereldschokkend, wanneer de auteurs prediken om meerdere en diverse beveiligingsmaatregelen te nemen in een gelaagde beveiligingscontrole, waardoor potentiële criminelen enerzijds meer inspanning moeten verrichten of een verhoogd risico lopen en anderzijds hun voordelen en mogelijkheden gereduceerd zien.

Kortom, het gebruik van risicoprofielen moet hoe dan ook beschouwd worden als een waardevolle beveiligingsmethodiek, indien voldoende rekening wordt gehouden met de noodzakelijke succesfactoren en de beschreven valkuilen. Voldoet men evenwel niet aan deze voorwaardelijke eisen, dan is de kans groot dat de risicoprofiling aan grensposten inaccuraat is en aldus moet worden aanzien als een ‘risicovolle profiling’.

Afsluitend

Eerder merkte ik al op dat het toegenomen gebruik van biometrische gegevens in bijvoorbeeld EU-informatiesystemen het risico vergroot van onrechtmatige profilering (gezichtsfoto’s kunnen bijvoorbeeld etnische afkomst onthullen). Zelfs wanneer profilering niet is gebaseerd op biometrische of persoonlijke gegevens kunnen andere soorten gegevens of combinaties daarvan die worden gebruikt voor algoritmische profilering leiden tot discriminatie op grond van oneigenlijke toepassingen. Het toepassen van technologieën zonder het hoofd te bieden aan valkuilen zoals technologisch determinisme en de mythe van technologische neutraliteit zou de grondrechten, transparantie en aansprakelijkheid verder kunnen verzwakken. Genoeg redenen voor een grondige discussie, ook in Nederland. Bijgesloten ´kennisparel´ kan daar hopelijk aanknopingspunten voor bieden.

prohic_linksonder