Probleemgericht werken aan High Impact Crime
[335] 2 februari 2022: Grenzeloos!?: Een verkennend onderzoek naar het instrumentarium in relatie tot (veroordeelde) plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik

Inleiding en context

Allemaal een mooie woensdag 2 februari 2022 (met maar liefst vijf tweeën) toegewenst. O ja, het is vandaag precies 43 jaar geleden dat ik mijn huidige vrouw ontmoette. En nog een weetje, ook 43 jaar geleden overleed de notoire bassist Sid Vicious van de Sex Pistols aan een overdosis heroïne: https://www.youtube.com/watch?v=rDyb_alTkMQ Maar dat is allemaal verleden tijd, vandaag weer een recente verse ´kennisparel´ in jullie mailbox. Het betreft een verkenning naar (inter)nationale maatregelen om te voorkomen dat plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik uitreizen. Uit deze verkenning blijkt dat Nederland voldoende maatregelen kent om te voorkomen dat plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik uitreizen. Uit een internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat er in andere landen nauwelijks nieuwe maatregelen gevonden zijn. De onderzoekers zien wel mogelijkheden om de bestaande maatregelen in Nederland vaker in te zetten dan tot nu toe gebeurt.

Naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf over de zaak van de Nederlander Hans V., worden in maart 2019 Kamervragen gesteld over de beschikbare maatregelen voor veroordeelde plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik. Ook worden twee moties ingediend waarin de regering verzocht wordt om te onderzoeken op welke wijze de reisbewegingen van plegers verder beperkt kunnen worden. In zijn reactie concludeert de minister voor Rechtsbescherming dat de huidige maatregelen beter benut kunnen worden. De doelstelling in dit onderzoek is tweeledig: 1) meer inzicht krijgen in de profielen van plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik en 2) nagaan of er in het buitenland maatregelen bestaan gericht op het voorkomen van transnationaal seksueel kindermisbruik die ook in Nederland van toegevoegde waarde zouden kunnen zijn. Bijgesloten ´kennisparel´ geeft antwoord op deze vragen.

Bron

Wolsink, Joey, Hester de Boer, Anton van Wijk, Linette de Swart & Gabriëlle op ’t Hoog (november 2021). Grenzeloos!?: Een verkennend onderzoek naar het instrumentarium in relatie tot (veroordeelde) plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik. Arnhem: Bureau Beke, 339 pp. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3144

Samenvatting

Onderzoeksbureau Beke voerde in samenwerking met onderzoeksbureau Ecorys en in opdracht van het WODC het onderzoek uit. Het geeft een overzicht van nationale en internationale maatregelen uit Zweden, Duitsland, Ierland, Australië en de Verenigde Staten. Daarbij is onderzocht of de maatregelen in deze landen ook in Nederland van toegevoerde waarde kunnen zijn. Daarnaast geeft het onderzoek meer inzicht in de profielen van kindersekstoeristen.

De onderzoekers concluderen dat de juridische mogelijkheden en instrumenten in Nederland weinig worden ingezet om het uitreizen van plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik te voorkomen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het intrekken van een paspoort. Dat komt vooral doordat er duidelijke en werkbare criteria ontbreken op basis waarvan een gegrond vermoeden van recidivegevaar kan worden vastgesteld. Maar ook doordat vanwege capaciteitsgebrek bij reclassering en politie er niet altijd een kwalitatief goed afgenomen risicotaxatie beschikbaar is. Dit bemoeilijkt het opleggen van rechterlijke maatregelen. Overigens wordt in alle onderzochte landen kritiek geuit op de risicotaxatie-instrumenten voor plegers transnationaal seksueel kindermisbruik. Het is van belang dat er meer wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar profielen van plegers en modus operandi. Daarmee kan worden bepaald of de criteria van de risicotaxatie-instrumenten voldoende toegerust zijn op (potentiële) plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik.

De onderzoekers benadrukken dat een goede informatiepositie van cruciaal belang is voor het tegengaan van transnationaal seksueel kindermisbruik. Het blijkt lastig om informatie uit bestemmingslanden systematisch met elkaar te delen. Nederland kan hierin leren van Australië, dat bilaterale verdragen heeft gesloten met risicolanden over informatie-uitwisseling. Ook een Liaison Officer (LO) stationeren in het buitenland voor informatie-uitwisseling blijkt niet dé oplossing te zijn. Het is niet mogelijk om in elk bestemmingsland een LO te benoemen. De oplossing van Zweden om een netwerk van LO’s afkomstig uit gelijkgestemde landen op te zetten, kan uitkomst bieden.

De huidige maatregelen kunnen alleen worden toegepast op plegers die al veroordeeld zijn. Op het terrein van preventie valt er volgens de onderzoekers nog genoeg te winnen. Zo wordt de politiecapaciteit vooral ingezet op het tegengaan van online kindermisbruik en in mindere mate op de bestrijding van transnationaal seksueel kindermisbruik. Gezien de ernst van dit wereldwijde probleem (naar schatting jaarlijks een tot twee miljoen minderjarige slachtoffers) verdient dit eveneens een forse capaciteitsimpuls. Ook kunnen burgers meer meegenomen worden in preventie: waar kunnen zij relevante signalen van misbruik melden? Tot slot kan meer worden ingezet op (de meestal vrijwillige) zorgprogramma’s die potentiële plegers helpen bij het weerstaan van hun seksuele verlangens.

Ondanks dat het hier gaat om een wereldwijd fenomeen, is er weinig wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar transnationaal seksueel kindermisbruik. In de schaarse literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen preferentiële plegers die actief op zoek gaan naar slachtoffers en situationele plegers die misbruik plegen als de gelegenheid zich voordoet.

Dit onderscheid blijkt in de praktijk niet zo hard: situationele plegers kunnen zich ontwikkelen tot meer preferentiële plegers. Verder vermoeden experts in Nederland en het buitenland dat er een bepaalde overlap bestaat tussen ‘algemene’ plegers van zedendelicten en plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik. Sommigen spreken zelfs over een criminele zedencarrière. Bepaalde risicofactoren kunnen ertoe bijdragen dat een individu overgaat van het bezitten van beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen, naar het plegen van seksueel misbruik met minderjarigen in eigen land en uiteindelijk het plegen van seksueel misbruik met minderjarigen in het buitenland. Dit pleit voor meer vroegtijdige, preventieve maatregelen.

Afsluitend

Opnieuw gedegen en relevant verkennend onderzoek. De auteurs van de bijgesloten ´kennisparel´ maken wel een aantal relativerende opmerkingen over de uitkomsten van de verkenning. Bij het lezen van het onderzoek zijn enkele beperkingen en kanttekeningen

van belang. In het algemeen geldt dat in onderhavig onderzoek door het gebrek aan wetenschappelijke literatuur over plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik mogelijk een incompleet beeld van de problematiek is geschetst in termen van omvang, achtergronden, werkwijze en organisatie. Daarnaast kon de ‘werkzaamheid’ van de maatregelen in Nederland niet getoetst worden, omdat deze in de praktijk nog weinig tot uitvoer zijn gebracht.

Daarom is het te vroeg om te stellen of het instrumentarium zijn doel treft. In het onderzoek is regelmatig het spanningsveld gevoeld tussen de mogelijkheden ‘op papier’ en hoe daaraan in de praktijk uitvoering te geven. Tot slot geldt voor de studie van het buitenland dat het niet binnen de mogelijkheden van dit onderzoek paste om dit op dezelfde, extensieve wijze te onderzoeken als in Nederland. Hoewel per land zoveel mogelijk schriftelijke informatie is verzameld en deskundigen hebben gesproken als mogelijk, blijft het tentatief. Vanwege voornoemde kanttekeningen hebben de auteurs dit onderzoek betiteld als ‘verkennend’. Volledigheid was geen doel van dit onderzoek. Ook de lessen die ze uit het verzamelde materiaal trekken, moeten met dat oog worden beschouwd.

Desondanks deze kanttekeningen geeft bijgesloten ´kennisparel´ prima aanbevelingen om het internationale probleem van transnationaal seksueel kindermisbruik te reduceren. Opnieuw is het hierbij van belang om vroegtijdige preventieve maatregelen toe te passen. Anders blijft het water naar de zee dragen.

prohic_linksonder