Probleemgericht werken aan High Impact Crime
[371] 28 maart 2022: Desistance frameworks

Inleiding en context

Goede morgen, ik wens jullie allemaal een fijne maandag 28 maart 2022 toe. Alweer de laatste werkweek van maart. Het voorjaar lonkt. Vandaag een nieuwe ´kennisparel´ in jullie mailbox Het betreft een beschrijving over de verschillende inzichten over het beëindigen of stoppen met criminaliteit en de daarmee gepaard gaande mechanismen. In de vakliteratuur wordt over ´desistance from crime´ gesproken. Het ontstaan van zogenaamde criminele carrières kent verschillende fasen, het starten, beëindigen en de voortgang daarvan. Vandaag dus een specifieke beschrijving over het beëindigen of stoppen met een criminele levensstijl. 2Pac heeft daar zo zijn eigen mening over: https://www.youtube.com/watch?v=aD9hcYriTzw

In bijgesloten artikel wordt een systematische beschrijving gegeven wat de huidige inzichten uit de wetenschap ons vertellen over de mechanismen die ten grondslag liggen aan het beëindigen van een levensstijl waar criminaliteit een belangrijk onderdeel van vormt. Jong volwassenen die zich in deze fase van beëindiging bevinden laten een stabiele of versterkende impuls van controle of zelfbeheersing zien. Dit in tegenstelling tot de populatie jongeren die antisociaal gedrag blijven vertonen. Verbeteringen van de impulscontrole hangen samen met ´de rijping´ van het ‘cognitieve zelfcontrole systeem’. Simpel uitgedrukt: men telt eerst tot tien voordat men overgaat tot het plegen van (impulsief) geweld of criminaliteit. Hierbij speelt ook de neurofysiologische ontwikkeling een belangrijke rol.

Zelfcontrole wordt in het algemeen positief geassocieerd met pro-sociaal gedrag, terwijl impulsiviteit duidt op het handelen zonder rustig overdenken: de tijdhorizon is beperkt en er wordt vaak direct en daarom vaak ondoordacht gereageerd. Er is sprake van een drang tot directe behoeftebevrediging. Het psychosociaal volwassen worden wordt als belangrijke factor in ‘desistance’ benadrukt. Het proces van desistance wordt gezien als het verminderen van de waarschijnlijkheid van recidiveren in omvang en ernst. Uiteindelijk stoppen de meeste daders met het plegen van criminaliteit. Waarom stoppen mensen met hun betrokkenheid bij criminaliteit? Welke factoren helpen dit proces vorm te geven? Hoe kunnen beleid en praktijk de kansen van individuen om hun crimineel gedrag (voortijdig) te beëindigen vergroten? Bijgesloten ´kennisparel´ biedt aanknopingspunten om die vragen te beantwoorden. O ja, neem ook nog eens kennis van deze eerder verzonden ´kennisparel´ over het ´stoppen met criminaliteit´: https://prohic.nl/2021/12/06/304-6-december-2021-international-perspectives-and-lessons-learned-on-desistance/

Bron

Fox, Kathryn J. (March-April 2022). Desistance frameworks. Aggression and Violent Behavior, vol. 63, March-April, pp. 1-7. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1359178921001385

Samenvatting

Ward and Durrant (2021) explain the need for practice theories, to tie together the abstract, explanatory features of criminological theories, and operationalization of interventions. In this paper, the theory/theories of “desistance” (i.e., the cessation of criminal activity) are examined with an eye toward describing the various frameworks that explain and predict desistance from crime, and their implicit models for desistance-promotion. The paper makes three fundamental points: 1) that there are multiple explanations for desistance, ranging from external, stabilizing influences to internal identity shifts (and their interaction); 2) because of this, desistance is more an observable process that is predictable under some conditions, but does not represent an overarching theory for behavior or change. Finally, since theories of desistance are not rehabilitation models per se, the article develops elements of practice frameworks, or steps toward creating interventions, that are suggested by the explanatory features of the different approaches to desistance in practice.

An unsolved piece of the practice framework puzzle is the fact that there are many factors that can contribute to, or undermine, progress in desistance. For some, employment may be the necessary hook for change; for others, social support may be an important catalyst for engaging in stable employment or relationships. Various points along the path can create “drift” into or out of delinquency, based on a host of things. Reentry/resettlement programs and policies have changed in the past decade or so to include greater assistance with employment options, and housing, which may lead to more stable relationships (e.g., marriage). To the extent that correctional staff can be trained to attend to more than risk factors, and needs that are framed as risk markers, and instead reframe their roles in their clients’ success to align with a strengths-based approach, this would reflect the findings from desistance research translated into practice.

Afsluitend

Het komt het met de meeste mensen die delicten plegen wel goed. Uiteindelijk houden ze er uiteindelijk bijna allemaal mee op. Een kleine groep van ´persistenten´ doet dit echter niet. Dat blijft voor de hulpverlening / reclassering een vaak hardnekkige groep waar slechts met grote inspanning succes kan worden behaald. Dat siert uiteraard de mensen die zich daar dagelijks mee bezig houden, want het is nooit te laat om een criminele carrière om te buigen. Dat geldt ook voor alle pogingen in Nederland om jongeren en jong volwassenen uit de georganiseerde misdaad te halen, maak vooral gebruik van deze kennis.

Tot zover maar weer, blijf gezond, optimistisch en wees vooral aardig voor elkaar. Alleen zo gaan we echt solidair met elkaar om. Tot de volgende ´kennisparel´ die over een paar dagen in jullie mailbox valt.

prohic_linksonder