Categorieën
Archief Kennisparels

[139] 18 december 2020: Woninginbraak in Nederland: Stand-van-zaken in 2020

Inleiding en context

Vrijdagochtend 18 december 2020, over precies een week komt de digitale kerstman langs. Het zal geen witte kerst zijn want de eerste knoppen verschijnen aan de bomen en struiken. Vandaag een PowerPoint presentatie over het delict woninginbraak. De inhoud van die presentatie is gebaseerd op gesystematiseerde kennis uit beschikbaar onderzoek over woninginbraak. Woninginbraak is een veel bestudeerd en onderzocht delict. Er bestaan honderden studies die het fenomeen vanuit verschillende invalshoeken beschrijven. Dat is niet zo vreemd omdat het volume, de materiële / immateriële schade bij het slachtoffer en de maatschappelijke impact fors is te noemen. Er is sprake van een klassiek delict. In Nederland heeft delict alle decennia lang de aandacht van beleid en opsporing. Het is een delict waar daders, slachtoffers en de situationele / contextuele aspecten elkaar op verschillende manieren beïnvloeden.

Het goede nieuws is dat het goed gaat met de ontwikkeling van woninginbraak. Er is de laatste acht jaar (opnieuw) sprake van een forse daling van de omvang daarvan. Er zijn steeds minder slachtoffers die hun woning aantreffen waar ongenode gasten zijn langs gekomen. Vanuit preventieve en repressieve maatregelen is veel robuuste kennis aanwezig welke maatregelen en interventies werken om woninginbraak tegen te gaan. Het betreft vaak simpele maatregelen die een groot effect kunnen sorteren. Bijgesloten presentatie geeft daar vele voorbeelden van. We weten dus wat werkt bij de aanpak van woninginbraak en dat is goed nieuws voor potentiële slachtoffers.

Afhankelijk van de achterliggende analyse van de oorzaken zijn vele interventies kansrijk, vooral in combinatie met elkaar. Zoals de inzet van toezicht in woningcomplexen en in de publieke ruimten. Verhogen van het verlichtingsniveau in (semi-)publieke ruimten. Toepassing van cameratoezicht op specifieke locaties en hotspots. Toepassing van het Keurmerk Veilig Wonen. Ophogen van het algemene beveiligingsniveau en herinrichten van woonwijken. Tijdens de bouw al installeren van standaardbeveiligingsmaatregelen. Gefocuste surveillance op ‘hot spots’ en van veelplegers met het doel de pakkans te vergroten. Ook het voorkomen van herhaald slachtofferschap van woninginbraak werpt vruchten af. Kortom, neem kennis van deze kennis! 

Bron

Waard, Jaap de (december 2020). Woninginbraak in Nederland: Stand-van-zaken in 2020. Den Haag: Ministerie van Justitie & Veiligheid, Directoraat Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, 20 pp. https://www.researchgate.net/publication/347436656_Woninginbraak_in_Nederland_De_stand-van-zaken_in_2020

Samenvatting

In deze presentatie wordt ingegaan op de ontwikkeling en omvang van het delict woninginbraak in Nederland. Er wordt aandacht geschonken aan de ontwikkeling vanaf 1980 tot en met 2019. Vanaf 2012 is (opnieuw) sprake van een geobserveerde daling van woninginbraak. Er wordt een kort overzicht gegeven van mogelijke verklaringen voor die daling. Hierbij wordt specifiek ingegaan op de groei in de preventiebereidheid onder de Nederlandse bevolking. Vervolgens wordt een opsomming gegeven van een aantal veelzeggende nationale en internationale onderzoekbevindingen over woninginbraak. Hierna wordt met een overzicht gepresenteerd van kenmerken van preventieve en repressieve maatregelen die in de praktijk succesvol blijken te zijn om woninginbraak te voorkomen.

De (preventieve) aanpak van woninginbraak staat sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw volop in de belangstelling. Dit is niet verwonderlijk. Juist bij het delict woninginbraak blijkt dat niet alleen de materiële schade voor het slachtoffer groot is, maar ook de immateriële. Zo blijkt uit gegevens dat 19% van de slachtoffers geestelijke of emotionele schade heeft ondervonden na een woninginbraak. Uit internationale vergelijkingen blijkt dat de omvang van woninginbraak in Nederland groter is dan die in veel andere Europese landen. Mede gezien deze gegevens is het noodzakelijk om de preventie en opsporing van woninginbraak hoge prioriteit te geven.

Sinds 1980 is de gelegenheid om in te breken bijzonder sterk toegenomen. Zo is het aantal particuliere huishouden in de periode 1980 – 2019 met ruim 2.9 miljoen toegenomen (van 5 miljoen naar 7.9 miljoen). Rekening houdend met deze groei, dan ziet de daling van het aantal woninginbraken er opvallend uit. Wanneer het piekjaar 1994 vergeleken wordt met 2019, dan is er sprake van een daling met 75% gerelateerd aan het aantal particuliere huishoudens.

De presentatie maakt duidelijk dat er zich rond woninginbraak een aantal positieve ontwikkelingen voordoen. Zo is sinds 2012 een forse daling waarneembaar. Zeker wanneer de groei van het aantal particuliere huishoudens over de afgelopen 30 jaar in de analyse betrokken wordt. Het totaal geregistreerde niveau van woninginbraak is sinds 2012 in 2019 met ruim 57% gedaald. Gerelateerd aan de omvang van het aantal particuliere huishoudens in deze periode is er sprake van een daling met 75%.

Afsluitend

Uit de beschikbare literatuur is een groot aantal mogelijke verklaringen voor de daling van woninginbraak te destilleren. Het blijkt dat een aantal preventieve maatregelen gericht op woninginbraak zeer effectief is. Ook een gerichte aanpak van de meest actieve woninginbrekers loont zeer de moeite. Het is daarom zaak om vooral in een probleemgerichte aanpak, waarbij preventie en repressie (incl. nazorg na detentie) worden gecombineerd, te investeren. Want, hoewel het landelijk niveau van woninginbraak is gedaald, blijft het noodzakelijk om volop aandacht te blijven besteden aan dit delict. Het is vooral zaak om niet te verslappen, zowel voor wat betreft het in standhouden van expertise als de beleidsmatige aandacht en financiële investering.