Inleiding en context

Goede morgen beste mensen, het is vandaag dinsdag 4 april 2023. Een mooie zonnige dag ligt in het verschiet. Daarom een mooi zonnig liedje: https://www.youtube.com/watch?v=Zu5chXCp1Ag Vandaag weer een verse ´kennisparel´ in jullie mailbox. Dit keer een systematisch overzicht waarin de effectiviteit van zogenaamde ´restorative justice programmes´ voor jeugdigen wordt beschreven. In Nederland wordt hiervoor het concept van ´herstelrecht´ gebruikt. Herstelrecht is een benadering binnen de justitieketen waarbij één van de reacties op een misdrijf bestaat uit het organiseren van een ontmoeting tussen het slachtoffer en de dader, soms met vertegenwoordigers van de bredere gemeenschap.

Het doel is dat ze hun ervaringen delen met wat er is gebeurd, bespreken wie er door het misdrijf is geschaad en hoe, ten slotte dat ze consensus bereiken over wat de dader kan doen om de schade van het misdrijf te herstellen. Dit kan een financiële betaling zijn dat door de dader aan het slachtoffer is gegeven, excuses en andere vergoedingen en andere maatregelen om de getroffenen te compenseren en om te voorkomen dat de dader opnieuw toekomstige schade berokkent.

Een programma voor herstelrecht heeft tot doel overtreders ertoe te brengen de verantwoordelijkheid voor hun daden te nemen, de schade die ze hebben veroorzaakt te doorgronden, hen de kans te geven zichzelf te redden en hen te ontmoedigen om nog meer schade aan te richten. Het doel richting de slachtoffers is om hen een actieve rol in het proces te geven en om gevoelens van angst en machteloosheid te verminderen. Herstelrecht is gebaseerd op een alternatieve theorie voor de traditionele methoden van rechtvaardigheid, die vaak gericht zijn op vergelding. Herstelrecht programma’s kunnen echter traditionele methoden aanvullen, en er is betoogd dat sommige gevallen van herstelrecht een straf vormen vanuit het perspectief van sommige concepten over wat straf is.

Herstelrecht voorzieningen kunnen in alle fasen van het strafproces worden ingezet. Het Beleidskader herstelrecht voorzieningen gedurende het strafproces beschrijft welke herstelrecht voorzieningen beschikbaar zijn wanneer een zaak wordt afgedaan door het Openbaar Ministerie of wordt behandeld door een rechter. De wetenschappelijke beoordeling van herstelrecht is positief. De meeste onderzoeken suggereren dat het ervoor zorgt dat daders minder snel recidiveren. Het gebruik ervan is sinds de jaren negentig wereldwijd gegroeid. In bijgesloten overzicht wordt een systematische beschrijving gepresenteerd hoe herstelbemiddeling werkt voor jeugdigen.

Bron

Kimbrell, Catherine S., David B. Wilson & Ajima Olaghere (February 2023). Restorative justice programs and practices in juvenile justice: An updated systematic review and meta-analysis for effectiveness. Criminology & Public Policy, vol. 22, February, pp. 161-195. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/1745-9133.12613

Samenvatting

Restorative justice (RJ) in practice has taken on many different forms. It is argued that RJ does not have definitional boundaries, making it hard to limit its essence to that of a particular program, practice, philosophy, or outcome. Therefore, this study’s objective was to systematically review and statistically synthesize all available research on RJ programs and related programs and practices using meta-analytic methods. Our updated systematic search and meta-analysis identified 57 unique studies, including 79 evaluations (18 random assignments and 61 quasi-experimental designs). We extracted 631 effect sizes related to delinquency, non-delinquency, and victim outcomes. Our meta-analysis showed that RJ programs and practices are associated with a small-to-moderate and statistically significant reduction in future delinquent behaviour relative to more traditional juvenile justice responses (g = 0.23, 95% CI [0.14, 0.32]). Nevertheless, results were smaller for the more rigorous random assignment studies and nonsignificant, raising concerns about the robustness of this finding. Our most promising findings, however, were for the victim and non-delinquency outcomes.

The bottom line for RJ programs and practices is that the empirical evidence supports these programs in moderately reducing juvenile delinquency. However, the evidence appears more promising regarding non-delinquency outcomes for victims and youth participants involved in these programs. The results indicate that RJ programs and practices may be effective at reducing recidivism, albeit to a small-to-moderate extent, but have the added feature of meaningfully increasing perceptions of satisfaction and fairness for victim and youth participants. These results should be viewed as encouraging for policymakers, RJ practitioners, and proponents that emphasize the centrality of the victim in the process of crime and harm resolution, as well as those interested in alternative solutions to addressing youth crime.

Afsluitend

Twee jaar geleden maakte mijn goede vriend en oud-collega Bert Berghuis een aantal kritische opmerkingen in een door hem geschreven column over herstelrecht: https://ccv-secondant.nl/platform/article/herstelrecht-als-alternatief-voor-het-strafrecht Ik maak afsluitend graag gebruik van een aantal van zijn observaties. Herstelbemiddeling is één van de vormen van herstelrecht, een vorm die niet expliciet plaatsvindt in het kader van de strafrechtelijke afhandeling, zij het dat de uitkomst van de bemiddeling eventueel wel een rol kan spelen in de wijze waarop de officier van justitie of de rechter beslist. Jaarlijks wordt in zo’n 1.400 gevallen geprobeerd de bemiddeling tot stand te brengen, vaak op initiatief van de dader, vaak na een geweldsdelict. Uiteindelijk vindt in een kwart feitelijk bemiddeling plaats, meest via een gesprek tussen beide partijen soms via een brief of een ‘pendel’ tussen beide door de bemiddelaar. In 2016 is voor herstelbemiddeling een beleidskader gekomen, nadat een periode van proefprojecten is afgesloten.

Deze proefprojecten betreffen ook een vorm van herstelrecht die als ‘mediation’ wordt aangeduid, welke expliciet plaats heeft in strafrechtelijk kader, vóórdat de officier van justitie of rechter tot een beslissing komt. Uit de evaluatie van de proeven blijkt dat herstelrecht vooral een rol kan spelen bij lichte (gewelds)delicten met een betrekkelijk geringe emotionele uitwerking die dan bij succesvolle afronding in een sepot eindigen. Inmiddels is in 2020 ook voor mediation een beleidskader opgesteld. Dat gaat ook om ongeveer 1.400 zaken per jaar, waarvan naar zeggen 84% succesvol is beëindigd met een overeenkomst tussen dader en slachtoffer. 

Het effect van rechtsherstel, als die inderdaad tot stand komt, is veelal positief. Zowel de meeste slachtoffers als het merendeel van de daders vinden dit een bevredigende ervaring, althans een als zinvollere aanpak dan (alleen) de traditioneel strafrechtelijke. Ook zou er een gunstige uitwerking zijn op de mate waarin de dader recidiveert. Inderdaad blijkt uit vele studies dat degenen die meedoen aan bemiddeling of mediation minder kans maken op recidive dan de delinquenten uit een controlegroep. Maar daar zijn vraagtekens bij te zetten, zoals ook naar aanleiding van een Nederlandse studie die ook een lagere recidive liet zien naar voren is gebracht. Het grote probleem is ‘zelfselectie’: degenen die willen meedoen aan bemiddeling zijn om die reden al anders op een manier die toch al minder kans op recidive kan geven dan zij die niet willen of kunnen participeren.

In het ideale geval vindt willekeurig toewijzing plaats aan wel of niet bemiddeling. Als dat gebeurt, zoals bij jeugdige delinquenten in de USA, dan blijkt er nog een zeer kleine reductie van recidive over, drie keer zo klein als bij niet-random toewijzing. Dergelijke studies in de VK en Australië lieten zien dat bemiddeling inderdaad tot minder recidive kan leiden, in ieder geval op kortere termijn. Dat zou niet voor iedereen opgaan maar wel voor specifieke groepen. Zo zou dit effect optreden voor zwaardere delicten, met name geweldsfeiten. Slotsom is dat rechtsherstel kan leiden tot bescheiden vermindering van recidive.

De opkomst van het herstelrecht is onderdeel van wat is aangeduid als de emancipatie van het slachtoffer. Oorspronkelijk werd dit met name door de criminoloog Bianchi gezien als een vervanging het strafrecht, later werd die beschouwd als een belangrijke aanvulling op de strafrechtspleging. De inmiddels gegroeide praktijk van het herstelrecht toont dat die aanvulling zich wel een vaste plaats lijkt te hebben verworven. Maar in kwantitatief opzicht blijft de interventie zeker vooralsnog bescheiden, die vooral bij geweldsfeiten een rol speelt en die mogelijk zeker niet altijd succesvol is maar bij succes doorgaans positief uitwerkt.