Inleiding

Goede morgen allemaal op deze maandag 23 juni 2025. Ik neem aan dat jullie een prima zomers weekeinde hebben gehad en deze nieuwe werkweek weer fris aan de bak gaan. Ik begin met een toepasselijk liedje bij de ‘kennisparel’ van vandaag: https://www.youtube.com/watch?v=3VB43Gp6Who&list=RD3VB43Gp6Who&start_radio=1 De korpsleiding van politie heeft in haar vergadering van 29 november 2022 besloten tot instelling van de Wetenschappelijke Adviesraad Politie: https://www.wetenschappelijkeadviesraadpolitie.nl/ Het laatst uitgebrachte advies, Zeven urgente uitdagingen rondom digitalisering en AI in politiewerk, heb ik vandaag als ‘kennisparel’ bijgesloten.

De Wetenschappelijke Adviesraad Politie constateert dat de grondrechten van burgers onvoldoende zijn beschermd door het ontbreken van een adequaat wettelijk kader voor data gedreven werken bij de politie. Digitalisering en AI hebben veel invloed op het politiewerk en de politie moet actiever duidelijkheid geven hoe zij hiermee omgaat. De tijd van vrijblijvendheid en experimenteren is voorbij. Dit advies is gepresenteerd aan de korpschef van de politie, naar aanleiding van de actuele discussies over de inzet van technologie door de politie.

Naast de noodzaak de wetgeving aan te passen is meer duidelijkheid nodig over wat de politie doet om te zorgen dat innovaties op het gebied van AI ook maatschappelijk verantwoord zijn. De Raad wijst op de risico’s van afhankelijkheid van private partijen en op het niet op orde hebben van de datahuishouding. Kennis van data- en AI- toepassingen en de mogelijke maatschappelijke consequenties hiervan is nog onvoldoende geborgd. AI en data-toepassingen worden volgens de Raad nog te beperkt ingezet en tegelijk moet afstand worden genomen van toepassingen die het vertrouwen van burgers ondergraven.

Er wordt gepleit voor de instelling van een evaluatiecommissie Wet politiegegevens. Daarnaast is een overkoepeld kader nodig voor maatschappelijk verantwoorde innovatie op het gebied van data gedreven werk en AI. Actieve transparantie – openbaar, tenzij – over het gebruik van AI is daarbij noodzakelijk. Er dient helderheid te komen over de voorwaarden voor samenwerking met private spelers. De Raad stelt dat een kritische digitale manier van denken binnen de politie een basisvaardigheid moet worden. Tegelijk zijn er meer mogelijkheden voor data- en AI-toepassingen om de relaties tussen de politie en burgers te versterken. De politie dient bovendien publiekelijk kenbaar te maken dat zij geen ambitie heeft crimineel gedrag op persoonsniveau te voorspellen, de risico’s hiervan zijn te groot.

Bron

Schuilenburg, Marc, Ellen Giebels, Auke van Dijk, Mijchanou Kowalczyk & Olga Akhrarova (juni 2025). Navigeren in niemandsland: Zeven urgente uitdagingen rondom digitalisering en AI in politiewerk. Den Haag: Wetenschappelijke Adviesraad Politie, 36 pp. https://www.wetenschappelijkeadviesraadpolitie.nl/uploads/publications/Navigeren-in-niemandsland.pdf

Samenvatting

Technologische ontwikkelingen op het gebied van dataverzameling en de toepassing van Artificial Intelligence (AI) gaan razendsnel. Dit leidt tot grote uitdagingen in het politiewerk. Deze uitdagingen komen voort uit een spanningsveld tussen publieke waarden. Enerzijds betreft het de goede invulling van publieke waarden zoals non-discriminatie, accountability (met menselijke tussenkomst) en het recht op privacy van burgers. Anderzijds zijn er kansen voor de opsporing van criminaliteit (veiligheid), het verbeteren van de relatie en communicatie met burgers (vertrouwen) en het stroomlijnen van werkprocessen (efficiency). Ook dit zijn belangrijke publieke waarden. Het advies ‘Navigeren in niemandsland’ identificeert vanuit dat perspectief zeven urgente uitdagingen voor de Nederlandse politie als het gaat om de inbedding en toepassing van data en AI.

Herziening van de huidige wetgeving ten aanzien van de vergaring en de verwerking van gegevens is noodzakelijk en urgent. Er dient een evaluatiecommissie Wet politiegegevens wordt ingesteld vergelijkbaar met de evaluatiecommissie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het is van belang dat er een overkoepelend raamwerk voor innovatie komt dat ziet op ethische, juridische en maatschappelijke aspecten. Actieve transparantie moet daarbij de regel zijn: openbaar, tenzij. Meer algemeen is het van belang dat er een toetsings- en samenwerkingskader wordt opgesteld met duidelijke voorwaarden voor samenwerking met private partijen. Die voorwaarden faciliteren dat de politie in publiek-private samenwerkingen zorgvuldig, verantwoord en doelgericht kan opereren. Verder dient de data- en AI-governance te worden ingebed in de bredere governance en is het urgent dat deze op orde komt.

Het is zaak data- en AI-geletterdheid vorm te geven als een integrale basisvaardigheid, zowel via reguliere opleidingen als via learning communities. De ontwikkeling van een kritische digitale mindset – in relatie tot het eigen werk – dient centraal te staan om blijvend de juiste afwegingen te maken bij het realiseren van uiteenlopende (en vaak conflicterende) publieke waarden. Daarenboven adviseert de raad meer te kijken naar data en AI-toepassingen die mogelijkheden bieden waar het gaat om het versterken van de relatie met en het vertrouwen van burgers (‘positieve veiligheid’). Dit verandert in positieve zin mogelijk ook het maatschappelijke debat over de inzet van data- en AI-toepassingen door de politie.

De raad pleit verder voor meer empirisch – zowel kwantitatief als kwalitatief – onderzoek naar de effectiviteit van door de politie ingezette technologieën op het gebied van data en AI. En tot slot wordt voorgesteld niet in te zetten op (algoritmische) toepassingen die gericht zijn op het voorspellen van (crimineel) gedrag op persoonsniveau en dat ook publiekelijk kenbaar te maken. Daarmee kunnen legitieme maatschappelijke zorgen worden weggenomen zonder dat dit ten koste gaat van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het politieoptreden. Ten aanzien van de in het advies geformuleerde uitdagingen is de tijd van vrijblijvendheid en experimenteren voorbij.

Afsluitend

Kunstmatige intelligentie (KI) of artificial intelligence (AI) binnen de rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding zullen ook de komende jaren een groeimarkt bij uitstek blijken te zijn. Beslissingen worden meer en meer gebaseerd op algoritmes die met kunstmatige intelligentie zijn gemaakt. Dat brengt grote risico’s met zich mee, wanneer burgers geconfronteerd worden met beslissingen waar men zich niet tegen kan verweren mede omdat niet helder is hoe die tot stand komen. De hele affaire met de toeslagen is hier een pregnant voorbeeld van. Tegelijk weten we dat met behulp van statistische gegevens we vaak beter in staat zijn risico’s te beoordelen dan op ervaring gegronde oordelen.

KI heeft talloze toepassingen die al in de samenleving zijn geïntroduceerd: biometrische (inclusief gezichts-) herkenning, objectherkenning, risico- en succesvoorspelling, algoritmisch besluitvorming of ondersteuning, automatische vertaling, aanbevelingssystemen, enzovoort. Deze KI-toepassingen hebben hun weg gevonden naar vele sectoren in de maatschappij zoals rechtshandhaving, justitie, mens en middelenbeheer, financiële diensten, transport, gezondheidszorg, en openbare diensten. Deze toepassingen hebben bijzondere impact op mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in het algemeen.

De huidige werkzaamheden van politiediensten reiken verder dan die van de traditionele waarin reactief wordt gereageerd op criminaliteit en incidenten die al hebben plaats gevonden. De politie is nu meer proactief bezig met strategieën die gericht zijn op criminaliteitspreventie. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van voorspellingsmethoden. Daarbij worden krachtige statistische instrumenten gebruikt waarmee het mogelijk is om  spatio-temporele patronen te voorspellen over wanneer en waar misdaden waarschijnlijk zullen plaatsvinden. Dit biedt politiediensten nieuwe (voorspellende) instrumenten om te beslissen hoe proactief middelen kunnen worden ingezet om dit te voorkomen en daarmee criminaliteitsniveaus te reduceren.

Het feit dat KI bestaande vooroordelen kan bevestigen of versterken, is vooral relevant bij gebruik binnen de rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding. In situaties waar fysieke vrijheid of persoonlijke veiligheid op het spel staan, zoals bij predictive policing en recidive risico bepaling en veroordeling is het zaak om hier zeer kritisch op te zijn. Wanneer een KI-systeem bijvoorbeeld wordt gebruikt voor recidivevoorspelling of veroordeling kan dat vertrekkende gevolgen hebben voor de betrokken mensen. Het kan fungeren als een black box waardoor het onmogelijk is voor juridische professionals, zoals rechters, advocaten en officieren van justitie om de redenering achter de uitkomsten van het systeem te begrijpen.

KI heeft het potentieel om het werk van de politie omvangrijk te transformeren. Hierbij komt een aantal belangrijke technische, organisatorische en culturele vragen aan de orde. Zijn de gegevens die de politie bijhoudt klaar voor de KI-revolutie? Begrijpen politiebazen de technologie die ze gebruiken? Zijn er voldoende vaardigheden aanwezig binnen de politieorganisatie om het potentieel van KI op de juiste manier te benutten? Is de politiedienst zo georganiseerd dat deze op de juiste manier gebruik kan maken van deze nieuwe technologieën? Bijgesloten ‘kennisparel’ biedt prima aanbevelingen om deze uitdagingen op een realistische manier in de politiepraktijk te brengen.

Ten slotte, de geïnteresseerde lezers in KI verwijs ik graag naar deze achttien eerder verschenen ´kennisparels´ over aspecten van het fenomeen van KI, inclusief ´predictive policing´: 5;86;151;253;314;321;458;535;546;574;625;660;689;709;739;763;804 en 837. Deze zijn allemaal gratis te downloaden vanaf: https://prohic.nl/de-parels-van-jaap-de-waard/