Inleiding

Goede morgen allemaal op deze dinsdag 16 december 2025. Weer wat later dan normaal, dat wordt veroorzaakt door mijn onkunde voor wat betreft het gebruik van een nieuwe telefoon. Maar goed, ik begin met een vrolijk liedje: https://www.youtube.com/watch?v=mQw7wLvJgfM Vandaag wel een heel verse ‘kennisparel’ in jullie mailbox. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde vanochtend het rapport Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025. In deze rapportage wordt informatie uit diverse bronnen en onderzoeken gecombineerd om een totaalbeeld te geven van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2024 is de zevende editie van deze monitor. De impactmonitor draagt bij aan het in beeld brengen van het verschil dat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling maakt in de levens van de betrokken mensen.

Volgens de meest recente schatting van het aantal personen in de bevolking die te maken hebben met huiselijk geweld (prevalentieschatting) hebben in 2024 bijna 1,3 miljoen personen van 16 jaar of ouder in de 12 maanden voorafgaand aan het vaststellen te maken gehad met huiselijk geweld. In 2017 zijn er naar schatting 90 duizend tot 127 duizend kinderen die te maken hebben gehad met kindermishandeling. Monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een belangrijk onderdeel van een systematische aanpak van dit type geweld. Deze systematische aanpak vergt een nauw samenspel van vele partijen zoals Rijk, gemeenten, Veilig Thuis, beroepsgroepen in de hulpverlening en zorg, de Raad voor de Kinderbescherming, onderwijs, huisarts, politie, Openbaar Ministerie en Reclassering. Deze monitor levert input waarmee alle betrokken partijen mét elkaar en ván elkaar kunnen leren om zo de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld verder te verbeteren.

In deze rapportage wordt informatie uit diverse bronnen en onderzoeken gecombineerd om een totaalbeeld te geven van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De monitoring van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft als doel bij te dragen aan het zichtbaar maken van de regionale en landelijke stand van zaken. Hierbij gaat het zowel om uitvoering als beleid. Daarmee ontstaat een basis voor de verbetering van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op deze niveaus. Deze rapportage beschrijft de landelijke stand van zaken. In een bijbehorend interactief dashboard zijn de regionale uitkomsten te vinden: https://dashboards.cbs.nl/v3/dashboardimpactmonitor_hgkm/

Bron

CBS (december 2025). Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2025. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, 20 pp. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/impactmonitor-aanpak-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-2025

Samenvatting

In deze editie van de rapportage zijn een groot aantal indicatoren geactualiseerd met recente informatie. Dit geldt met name bij de indicatoren die gebaseerd zijn op gegevens van Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Khonraad (huisverboden), OM en Raad voor de Rechtspraak. Indicatoren waarover ten opzichte van de vorige rapportage geen actuelere informatie beschikbaar is, zijn ook opgenomen in deze editie van de rapportage om een compleet beeld te geven. In de komende jaren wordt de monitor in overleg met VWS, JenV en VNG stapsgewijs verder uitgebreid als er nieuwe relevante indicatoren beschikbaar komen. De monitor laat ook ontwikkelingen in de tijd zien. Bij het samenstellen van de volgende edities van de monitor zal de vergelijkbaarheid in de tijd van gebruikte bronnen een belangrijk uitgangspunt zijn.

Op basis van de meest actuele gegevens uit bestaand onderzoek wordt een schatting gegeven van de omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen slachtoffers van huiselijk geweld en van kindermishandeling. Voor de prevalentie van kindermishandeling zijn uitkomsten gebruikt uit het onderzoeksprogramma van het WODC uit 2019 naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling. Meer specifiek is gebruik gemaakt van het overkoepelde syntheserapport van het WODC en twee deelstudies: een zelfrapportagestudie kindermishandeling onder scholieren van de Radboud Universiteit en een informantenstudie kindermishandeling onder professionals die werken met kinderen van Universiteit Leiden / TNO Child Health. Op basis van deze onderzoeken worden ook enkele (persoons)kenmerken van slachtoffers beschreven.

Op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 (PHGSG 2024) wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de prevalentie van huiselijk geweld en de mate waarin slachtoffers van huiselijk geweld het geweld bespreken met anderen. Daarnaast wordt de aard van het geweld beschreven op basis van gegevens van Veilig Thuis. De Veilig Thuis organisaties zijn het adviespunt en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Ten slotte wordt in dit hoofdstuk nader gekeken naar plegers van huiselijk geweld op basis van een recidiveonderzoek van het WODC, waarbij recidive is gedefinieerd in termen van strafzaken.

Afsluitend

Meten is weten en wanneer er zicht is op achtergronden, omvang en ernst van de problematiek kun je die problematiek wel of niet als problematisch definiëren. Dat geldt ook voor de uitkomsten van de bijgesloten ‘’kennisparel’’ van vandaag. Opnieuw blijkt dat wij in Nederland ten opzichte van andere vergelijkbare landen verwend zijn met de beschikbare bronnen om criminaliteit, rechtshandhaving, beleid en toegepaste interventies in kaart te brengen.

Dat zijn belangrijke inzichten om het betreffende beleid, de implementatie daarvan en de praktische uitvoering zo effectief en efficiënt als mogelijk vorm te geven. En meer belangrijk, om daarmee slachtofferschap en de vaak ernstige gevolgen te voorkomen. In dit geval slachtofferschap van huiselijk geweld en kindermishandeling.