Inleiding

Goede morgen allemaal op deze maandagmorgen 12 januari 2026. De kop van de lange maand januari is eraf, op naar het voorjaar. Ik begin daarom met een vrolijk liedje: https://www.youtube.com/watch?v=SOJSM46nWwo&list=RDSOJSM46nWwo&start_radio=1 De bijgesloten ‘kennisparel’ van vandaag stemt minder vrolijk. Het betreft een meer dan prima analyse over de wereldwijde schade die geweld tegen vrouwen en seksueel geweld tegen kinderen met zich meebrengt. Het betreft hier een toepassing van het zogenaamde ziektelastconcept / gezondheidslastconcept. Ziektelastgegevens worden gebruikt om de ernst van verschillende gezondheidsproblemen met elkaar te vergelijken en om de effectiviteit van allerlei maatregelen te bepalen, in dit geval dus geweld tegen vrouwen en seksueel geweld tegen kinderen. Naar mijn mening één van de beste analyses die de afgelopen jaren is verschenen rond beide fenomenen.

Geweld tegen vrouwen en kinderen zijn mensenrechtenschendingen met blijvende schade voor de slachtoffers en de samenleving als geheel. Intiem partnergeweld en seksueel geweld tegen kinderen zijn twee belangrijke vormen van dergelijk misbruik. Ondanks hun verreikende gevolgen voor de gezondheid van individuen en de gemeenschap, zijn deze risicofactoren onvoldoende erkend als belangrijke oorzaken van de wereldwijde gezondheidslast. Uitgebreide en betrouwbare schattingen van de relatieve gezondheidslast hiervan zijn dringend nodig om investeringen in preventie en ondersteuning van slachtoffers op nationaal en mondiaal niveau te onderbouwen.

Bijgesloten ‘kennisparel’ schat dat wereldwijd in 2023 608 miljoen vrouwen van 15 jaar en ouder ooit aan huiselijk geweld waren blootgesteld, en dat 1.01 miljard personen van 15 jaar en ouder seksueel geweld in hun kindertijd hadden meegemaakt. Huiselijk geweld en seksueel geweld behoren daarmee tot de belangrijkste oorzaken van de wereldwijde ziektelast in 2023, met name bij vrouwen van 15-49 jaar en stonden respectievelijk op de vierde en vijfde plaats als belangrijkste risicofactoren voor DALY’s in deze leeftijdsgroep.

Uitleg:een DALY (Disability-Adjusted Life Year) is een maat voor de totale ziektelast in een populatie, die zowel verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte (YLL) (Years of Life Lost) als jaren geleefd met een beperking (YLD) (Years Lived with Disability) combineert tot één getal, dat een jaar ‘gezond leven’ vertegenwoordigt dat verloren is gegaan. Het helpt bij het vergelijken van de impact van verschillende ziekten, verwondingen en risicofactoren op de volksgezondheid en wordt gebruikt door organisaties zoals de WHO voor beleidsbeslissingen en kosten-batenanalyses. Investeren in de preventie van deze vermijdbare risicofactoren kan jaarlijks miljoenen DALY’s en aanzienlijke vroegtijdige sterfte voorkomen. Dat geldt ook voor geweld tegen vrouwen en seksueel geweld tegen kinderen: https://prohic.nl/2025/07/24/911-24-juli-2025-interventions-to-prevent-violence-against-women-and-girls-globally-a-global-systematic-review-of-reviews-to-update-the-respect-women-framework/

Bron

GBD 2023 Intimate Partner Violence and Sexual Violence against Children Collaborators (January 2026). Disease burden attributable to intimate partner violence against females and sexual violence against children in 204 countries and territories, 1990–2023: a systematic analysis for the Global Burden of Disease Study 2023. The Lancet, vol. 407, no. 10523, 9 January, pp. 31-52. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0140673625025036?via%3Dihub

Samenvatting

Violence against women and against children are human rights violations with lasting harms to survivors and societies at large. Intimate partner violence (IPV) and sexual violence against children (SVAC) are two major forms of such abuse. Despite their wide-reaching effects on individual and community health, these risk factors have not been adequately prioritised as key drivers of global health burden. Comprehensive and reliable estimates of the comparative health burden of IPV and SVAC are urgently needed to inform investments in prevention and support for survivors at both national and global levels.

We estimated the prevalence and attributable burden of IPV among females and SVAC among males and females for 204 countries and territories, by age and sex, from 1990 to 2023, as part of the Global Burden of Diseases, Injuries, and Risk Factors Study 2023. We searched several global databases for data on self-reported exposure to IPV and SVAC and undertook a systematic review to identify the health outcomes associated with each of these risk factors. We modelled IPV and SVAC prevalence using spatiotemporal Gaussian process regression, applying data adjustments to account for measurement heterogeneity. We employed burden-of-proof methodology to estimate relative risks for outcomes associated with IPV and SVAC. These estimates informed the calculation of population attributable fractions, which were then used to quantify disability-adjusted life-years (DALYs) attributable to each risk factor.

Globally, in 2023, we estimated that 608 million (95% uncertainty interval 518–724) females aged 15 years and older had ever been exposed to IPV, and 101 billion (0764–148) individuals aged 15 years and older had experienced sexual violence during childhood. 185 million (874–300) DALYs were attributed to IPV among females and 322 million (164–525) DALYs were attributed to SVAC among males and females in 2023. IPV and SVAC were among the top contributors to the global disease burden in 2023, particularly among females aged 15–49 years, ranking as the fourth and fifth leading risk factors, respectively, for DALYs in this group.

Among the eight health outcomes found to be associated with IPV, anxiety disorders and major depressive disorder were the leading causes of IPV-attributed DALYs, accounting for 543 million (–125 to 146) and 396 million (171 to 692) DALYs in 2023, respectively. SVAC was associated with 14 health outcomes, including mental health disorder, substance use disorder, and chronic and infectious disease outcomes. Self-harm and schizophrenia were the leading causes of SVAC-attributed burden, with SVAC accounting for 671 million (200 to 127) DALYs due to self-harm and 415 million (–192 to 131) DALYs due to schizophrenia in 2023.

IPV and SVAC are substantial contributors to global health burden, and their health consequences span a variety of individual health outcomes. Importantly, mental health disorders account for the greatest share of disease burden among survivors. Investing in prevention of these avoidable risk factors has the potential to avert millions of DALYs and considerable premature mortality each year. Our findings represent strong evidence for global and national leaders to elevate IPV and SVAC among public health priorities. Sustained investments are needed to prevent IPV and SVAC and to implement interventions focused on supporting the complex social and health needs of survivors.

Afsluitend

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt in het begrijpen van de wereldwijde gezondheidslast van huiselijk geweld en seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen. Deze wijdverbreide vormen van geweld dragen wereldwijd nog steeds in belangrijke mate bij aan DALY’s (Disability-Adjusted Life Years). De bevindingen uit bijgesloten ‘kennisparel’  benadrukken de verreikende gevolgen van deze vormen van geweld, niet alleen voor de individuele gezondheid (zoals psychische stoornissen, chronische ziekten en vroegtijdige sterfte), maar ook voor hele bevolkingsgroepen, ongeacht sociaaleconomische of geografische verschillen.

Gezamenlijke inspanningen in meerdere sectoren zijn nodig om preventiestrategieën te implementeren, de dienstverlening aan slachtoffers te verbeteren en structurele belemmeringen voor zorg weg te nemen. Investeren in duurzame preventiestrategieën kan jaarlijks miljoenen DALY’s voorkomen, terwijl tegelijkertijd gelijkheid wordt bevorderd en de gezondheidsresultaten wereldwijd worden verbeterd. De bevindingen vormen een dringende oproep tot actie om huiselijk geweld en seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen te bestrijden als vermijdbare risico’s.

Naar mijn mening is het zeer de moeite waard om voor de situatie in Nederland de in de bijgesloten ‘kennisparel’ gehanteerde onderzoekmethode toe te passen om de ziektelastgegevens van huiselijk geweld en seksueel geweld tegen kinderen in kaart te brengen. Dat is in feite een andere maat voor het kwaad. De uitkomsten van een dergelijke exercitie zullen hoogst waarschijnlijk aan tonen dat extra en omvangrijk investeren in verregaande (preventieve) slachtofferhulp en ondersteuning noodzakelijk is.