Inleiding
Goede morgen allemaal op deze donderdag 22 januari 2026. Ik vertrek zo naar het Trimbos-Instituut in Utrecht om daar deel te nemen aan het 2026 symposium rond de Nationale Drug Monitor: https://www.trimbos.nl/kennis/drugs/feiten-cijfers-drugs-alcohol-roken/nationale-drug-monitor-ndm/, dit keer staat het thema trends in drugsgebruik en criminaliteit centraal. Maar uiteraard begin ik eerst met een klassiek liedje: https://www.youtube.com/watch?v=VqCTb8RFMHg&list=RDFYH8DsU2WCk&index=4 Vandaag als ‘kennisparel’ een prima analyse van CBS-medewerkers betreffende de preventiebereidheid onder potentiële slachtoffers om slachtofferschap van online criminaliteit te voorkomen.
Om dit risico te verkleinen, is het belangrijk om preventiemaatregelen te treffen. Welke mensen treffen beveiligingsmaatregelen op hun apparaten en accounts? Welke redenen hebben mensen om hun apparaten en accounts niet te beveiligen? Nemen mensen extra beveiligingsmaatregelen nadat ze slachtoffer zijn geworden van online criminaliteit? En in hoeverre verschilt dit tussen bevolkingsgroepen? Bijgesloten ‘kennisparel’ geeft daar de antwoorden op.
Op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid voert het CBS het onderzoek Online Veiligheid en Criminaliteit (OVeC): https://prohic.nl/2025/04/15/871-15-april-2025-online-veiligheid-en-criminaliteit-2024/ uit om de stand van zaken op het terrein van online veiligheid en criminaliteit te monitoren. In 2024 gaf 16 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder aan in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit. Dit zijn bijna 2,4 miljoen mensen. Dat was meer dan in 2022 toen ongeveer 2,2 miljoen mensen slachtoffer waren.
Het onderzoek OVeC wijst verder uit dat de meeste mensen slachtoffer werden van oplichting en fraude (9 procent). Dit type delict trof 1,4 miljoen mensen. Daarbij ging het met name om aankoopfraude. Met hacken had 4 procent te maken en eveneens 4 procent met online bedreiging en intimidatie. Het slachtofferschap van online criminaliteit verschilde nauwelijks naar geslacht en onderwijsniveau. Wel werden jongeren vaker getroffen dan ouderen: 20 procent van de 15- tot 25-jarigen, tegenover 10 procent van de 65-plussers.
Bron
Peters, Vera, Elianne Derksen & Rianne Kloosterman (december 2025). Online beveiligingsmaatregelen: wie doet wat (niet)? Statistische Trends, 18 december, pp. 1-14. https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=e723681c-78ea-4383-9993-e53448eb4c15&sc_lang=nl-nl
Samenvatting
Internet wordt steeds belangrijker in onze samenleving. Veel diensten zijn digitaal, aankopen kunnen online gedaan worden en ook sociale media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Door het toenemende gebruik van internet stijgt het risico om slachtoffer te worden van online criminele activiteiten. Criminelen gebruiken het internet op steeds inventievere manieren voor fraude, afpersing, hacken en identiteitsdiefstal.
Om de kans te verkleinen slachtoffer te worden van online criminaliteit, kunnen diverse maatregelen worden genomen om apparaten en accounts te beschermen tegen misbruik door anderen. Denk aan het gebruik van sterke wachtwoorden, het gebruik van antivirussoftware en het niet zomaar klikken op links. Het gebruik van beveiligingsmaatregelen door personen wordt onderzocht in het CBS-onderzoek OVeC. Kennis en bewustwording van verschillen in online veiligheid en de beweegredenen van mensen kan helpen om voorlichting gerichter te maken en daarmee mensen beter te beschermen tegen online criminaliteit. Deze publicatie gaat in op dergelijke beveiligingsmaatregelen en daarbij staan de volgende onderzoeksvragen centraal:
- In welke mate nemen internetgebruikers van 15 jaar of ouder beveiligingsmaatregelen om hun internetapparatuur en persoonlijke online informatie te beschermen? En verschilt dit naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau?
- Welke redenen hebben internetgebruikers om geen beveiligingsmaatregelen te treffen? En verschilt dit naar geslacht, leeftijd en onderwijsniveau?
- In welke mate hangt het nemen van beveiligingsmaatregelen samen met slachtofferschap van online criminaliteit? Er wordt daarbij gekeken naar het slachtofferschap van hacken.
Voor de eerste onderzoeksvraag is gekeken naar het gebruik van elf verschillende beveiligingsmaatregelen voor apparaten en accounts. De meest voorkomende maatregel is het gebruik van een toegangscode, wachtwoord, vingerafdruk of Face ID voor apparaten. Wachtwoorden van minimaal 16 tekens en het gebruik van een VPN-verbinding worden het minste gebruikt. Daarbij zijn er duidelijke verschillen tussen bevolkingsgroepen, met name naar leeftijd. In totaliteit scoren jongeren tussen de 15 en 25 jaar en 65-plussers minder hoog op het nemen van beveiligingsmaatregelen dan mensen tussen de 25 en 65 jaar.
Voor de tweede onderzoeksvraag is bekeken welke redenen mensen hebben om beveiligingsmaatregelen in de online wereld niet te treffen. Dit is vaak niet onderzocht in andere onderzoeken. Eveneens is niet duidelijk of dit verschilt tussen bevolkingsgroepen. Daarmee biedt dit huidige onderzoek nieuwe inzichten.
Ouderen die bepaalde maatregelen niet treffen, geven hiervoor relatief vaak als reden dat ze het moeilijk vinden of niet weten hoe het moet. Jongeren geven juist vaker aan geen zin te hebben om bepaalde maatregelen te treffen of ze vinden het niet nodig. Als het gaat om de verschillen naar geslacht, blijkt dat vrouwen bepaalde maatregelen relatief vaak niet nemen omdat ze het moeilijk vinden of niet weten hoe het moet. Mannen vinden het nemen van bepaalde maatregelen vaker onnodig.
De derde onderzoeksvraag richt zich op het nemen van beveiligingsmaatregelen vóór- en nadat mensen slachtoffer werden van hacken. Slachtoffers van hacken geven na de hack van hun apparaat of account vaker aan beveiligingsmaatregelen te nemen dan daarvoor. Dat geldt vooral voor 65-plussers.
Op basis hiervan kan echter niet worden gezegd of het nemen van meer beveiligingsmaatregelen resulteert in een kleinere kans om slachtoffer te worden van hacken. Het is immers niet duidelijk welke beveiligingsmaatregelen worden genomen, en in welke mate, door niet-slachtoffers. Daarnaast kunnen ook andere factoren, zoals de mate van internetgebruik, kennis over online veiligheid en digitale vaardigheden, een rol spelen in het nemen van beveiligingsmaatregelen enerzijds, en het slachtoffer worden van online criminaliteit anderzijds.
Afsluitend
We leven in een gedigitaliseerde samenleving. Dagelijks maken we gebruik van allerlei ICT-toepassingen, van smartphones om snel een betaling te doen tot Skype om met vrienden of collega’s die in het buitenland zijn te communiceren. Ook criminelen maken volop gebruik van de mogelijkheden die digitalisering biedt. Er is dus veel te doen over slachtofferschap van, daderschap en bescherming tegen online criminaliteit. Slachtofferschap zowel onder de bevolking als individuele slachtoffers als onder het bedrijfsleven en de overheid.
Sinds 2012 wordt via de zogenaamde Veiligheidsmonitor het individuele slachtofferschap van cybercriminaliteit gemeten: https://prohic.nl/2024/03/01/674-1-maart-2024-veiligheidsmonitor-2023/ In de Cybersecuritymonitor 2022 wordt een overzicht van de ICT-veiligheidsmaatregelen en –incidenten van Nederlandse bedrijven uitgesplitst naar bedrijfsgrootte en bedrijfstak op basis van diverse bronnen van binnen en buiten het CBS: https://prohic.nl/2023/08/14/595-14-augustus-2023-cybersecuritymonitor-2022595/ En dan geeft de monitor Online Veiligheid en Criminaliteit een prima overzicht over individueel slachtofferschap rond online veiligheid en online criminaliteit: https://prohic.nl/2025/04/15/871-15-april-2025-online-veiligheid-en-criminaliteit-2024/
In vergelijking met Europese landen zijn wij in Nederland rijk aan statistische bronnen en gegevens op basis waarvan er uitspraken gedaan kunnen worden over trends in de verschillende vormen van criminaliteit en de rechtshandhaving. Meten is weten en dat geldt ook voor het onderwerp online veiligheid en criminaliteit. Opnieuw blijkt dat Nederland voorop loopt binnen Europa waar het gegevensverzamelingen betreft over slachtofferschap van online criminaliteit en klassieke criminaliteit. Voor deze laatste categorie.
We kennen in Nederland een lange traditie met zogenaamde slachtofferenquêtes, die werden al medio jaren ´70 van de vorige eeuw afgenomen en destijds gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Het eerder genoemde CBS speelt een belangrijke rol bij deze gegevensverzamelingen: https://50-jaar-slachtofferenquete.minjenv-events.nl/page/1956545 Gegevens uit deze bronnen zijn in feite brandstof voor het criminaliteitsbeleid en de aanpak daarvan in de praktijk. Maak er vooral gebruik van bij die aanpak, dan is er daadwerkelijk sprake van een ´evidence based beleid´.
