Inleiding
Goede morgen allemaal op deze woensdag 18 februari 2026. Ik begin met een toepasselijk liedje bij het onderwerp van de bijgesloten ‘kennisparel’ van vandaag: https://www.youtube.com/watch?v=bej93aPldHE&list=RDbej93aPldHE&start_radio=1 ‘Bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers ervaren agressie patiënten’ kopte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend: https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=23b84640-bcb9-4938-9e7d-1ef42d75ebd1&sc_lang=nl-nl. Ook de NOS besteedde ruim aandacht aan de bijgesloten ‘kennisparel’ van vandaag: https://nos.nl/artikel/2602935-agressie-in-de-zorg-blijft-onverminderd-hoog-niets-lijkt-te-helpen
In 2024 zei 57 procent van de werknemers in zorg en welzijn dat ze te maken hadden met agressie door patiënten of hun naasten. Dit is ten opzichte van 2020 nagenoeg gelijk gebleven. Werknemers met een hoge werkdruk hebben vaker met agressie te maken dan wanneer dat niet het geval is. Dit blijkt uit cijfers van de werknemersenquête, die CBS uitvoert voor het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. Bijna de helft (48 procent) van de zorgmedewerkers van 16 jaar of ouder heeft te maken met verbale agressie, zoals schelden of schreeuwen. Ook ervaart een relatief grote groep pesten (25 procent) of fysieke agressie (21 procent) door patiënten of hun naasten (familie of vrienden). Zorgmedewerkers geven met 10 procent het minst vaak aan dat ze te maken hebben met bedreiging of intimidatie.
Bron
Centraal Bureau voor de Statistiek (februari 2026). Agressie in zorg en welzijn: Agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek, 12 pp. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/diversen/2026/agressie-in-zorg-en-welzijn
Samenvatting
Agressie in zorg en welzijn raakt aan de veilige en gezonde werkomgeving die van belang is voor de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Op basis van de AZW Werknemersenquête is tal van informatie beschikbaar om daar nader onderzoek naar te doen. Het doel van deze ‘kennisparel’ is om de samenhang tussen agressie en een ongezonde en onveilige werkomgeving te onderzoeken en te beschrijven. Om tot dit doel te komen, zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd.
De eerste onderzoeksvraag is in welke mate in de sector zorg en welzijn sprake is van agressie door patiënten of collega’s. Conclusie is dat bijna 6 op de 10 zorgmedewerkers te maken hebben met agressie door patiënten of hun naasten (familie of vrienden) en ruim 3 op de 10 te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden. Dit aandeel is de afgelopen jaren weinig veranderd. Veelal gaat het dan om verbale agressie door patiënten of hun naasten en pesten door collega’s of leidinggevenden. Jongere medewerkers hebben vaker te maken met agressie dan 45-plussers. Ook zijn er verschillen naar beroep. Zo hebben sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders relatief vaak te maken met agressie door patiënten, terwijl managers en vakspecialisten juist relatief vaak te maken hebben met agressie door collega’s of leidinggevenden.
De tweede onderzoeksvraag gaat vervolgens over de samenhang tussen agressie door patiënten en de mentale gezondheid en tevredenheid van medewerkers in zorg en welzijn. Uit dit onderzoek blijkt die samenhang er te zijn. Medewerkers in zorg en welzijn die met een vorm van agressie door patiënten of hun naasten te maken hebben, zijn minder bevlogen in hun werk. Ze hebben met name minder zin om aan het werk te gaan. Ook ervaren ze vaker psychische vermoeidheid door hun werk en zijn ze vaker ontevreden over de organisatie waar ze werkzaam zijn. Overigens gaat het nadrukkelijk alleen om een samenhang, het is niet gezegd dat het te maken hebben met agressie de oorzaak is van een lager welbevinden.
Hoewel in dit onderzoek geen oorzakelijk verband kan worden aangetoond, kan agressie door patiënten of hun naasten een risico zijn voor het welbevinden van zorgmedewerkers. Tegelijkertijd kunnen bepaalde arbeidsomstandigheden juist weer een risico vormen voor agressie. Dit komt aan bod in de derde onderzoeksvraag, namelijk in hoeverre de arbeidsomstandigheden in zorg en welzijn samenhangen met agressie door patiënten. Geconcludeerd kan worden dat medewerkers die een (veel) te hoge werkdruk ervaren en die onvoldoende tijd hebben om hun patiënten of cliënten aandacht te geven en te verzorgen vaker met agressie te maken hebben dan hun collega’s voor wie dat niet het geval is. Die samenhang blijkt ook bij de mate van ondersteuning die een medewerker ontvangt van de organisatie en leidinggevende en de sfeer op de afdeling of in het team. Degenen die dat als onvoldoende ervaren, hebben vaker te maken met agressie.
Omdat er geen oorzakelijke verbanden kunnen worden aangetoond, laat dit onderzoek geen effect zien van agressie door patiënten of hun naasten op zorgmedewerkers. En ook niet of bepaalde arbeidsomstandigheden leiden tot meer agressie door patiënten of collega’s. Het toont echter wel aan dat agressie niet op zichzelf staat. Voor het behoud van medewerkers in de zorg en welzijn is het daarom belangrijk om bij het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving een brede visie te hanteren. Uit bijgesloten ‘kennisparel’ blijkt dus dat zorgmedewerkers die met agressie door patiënten of hun naasten te maken hebben vaker met agressie te maken de volgende kenmerken dan hun collega’s voor wie dat niet het geval is:
- minder bevlogen zijn in hun werk,
- vaker psychisch vermoeid zijn door hun werk,
- en ook vaker ontevreden zijn over de organisatie waar ze werkzaam zijn.
Tegelijkertijd laat de analyse zien dat de arbeidsomstandigheden van zorgmedewerkers van belang zijn. Zo hebben degenen die vaker met agressie te maken de volgende kenmerken:
- een te hoge werkdruk ervaren,
- onvoldoende tijd hebben voor hun patiënten of cliënten,
- te weinig ondersteuning ervaren van hun organisatie en leidinggevende of
- die de sfeer in het team niet prettig vinden
Voor dit onderzoek is de Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn Werknemersenquête gebruikt. Deze enquête wordt twee keer per jaar uitgevraagd onder werknemers in zorg en welzijn. De vragen over agressie zijn opgenomen in de november-meting. Voor de analyses zijn daarom de november-metingen van de jaren 2020-2024 gebruikt. Dit onderzoek geeft een indruk van de complexe samenhang tussen agressie en een onveilige en ongezonde werkomgeving in zorg en welzijn. De insteek van het onderzoek is beschrijvend. Hier is voor gekozen omdat het al een veelheid aan informatie is. Het blijft daardoor onduidelijk of de beschreven verschillen in persoonskenmerken en beroep een rol spelen in de gevonden samenhang tussen agressie en een gezonde en veilige werkomgeving.
Afsluitend
Ik heb de afgelopen jaren verschillende ‘kennisparels’ verstuurd waarin elementen en aspecten van slachtofferschap van werknemers (met een publieke taak) aan de orde zijn gekomen. Ik maakte daar onlangs deze compilatie van: https://www.researchgate.net/publication/393749316_Slachtofferschap_van_werknemers_met_een_publieke_taak_Twintig_verschenen_’kennisparels’_tussen_2020_-_2025
Concluderend kan worden gesteld dat geweld op de werkplek een wijdverbreid en belastend maatschappelijk probleem vormt. Vanuit de criminologie en interdisciplinair onderzoek naar deze vorm van slachtofferschap kunnen belangrijke factoren worden onderscheiden die de (non)effectiviteit van het preventiebeleid bepalen. Een aantal deelgebieden komen daarin naar voren. Het gaat daarbij allereerst om de effectiviteit van het beleidsproces in algemene zin. Hoe gaat men op de werkvloer via procedures en protocollen organisatorisch om met deze vorm van slachtofferschap? Verder staan de effectiviteit van interventies die specifiek zijn gericht op (potentiële) daders, slachtoffers en de werkomgeving centraal. Wie goed doet goed ontmoet, en dat geldt ook voor de verhouding tussen de leiding van een organisatie en de medewerkers daarvan. Er gaat dus een positief effect uit van goed leiderschap op het werk en het voorkomen van slachtofferschap van de medewerkers.
Binnen het ministerie van Justitie & Veiligheid betreft dat heel wat verschillende medewerkers. Van de verhouding publiek-politie tot de gedetineerde en de gevangenisbewaarder, tot de rechtzoekende bij het Juridisch Loket tot de interactie tussen rechter en verdachte. De uitkomsten van bijgesloten ´kennisparel´ zijn zeker relevant voor de organisatie van het Nederlandse ministerie van Justitie & Veiligheid met zijn ruim 110.000 medewerkers. Daarmee is dat ministerie de grootste werkgever van Nederland. En dat wordt nog wel eens vergeten. Een sterke inzet is vereist door menselijke en materiële middelen te investeren om hier een geweldloze omgeving te creëren waar slachtofferschap van het personeel tot een minimum kan worden gegarandeerd.
Sterker, werkgevers hebben daar een wettelijke verplichting toe. Meer dan 30 jaar geleden, in 1994, is de Arbowet uitgebreid met de verplichting voor de werkgever werknemers te beschermen tegen agressie en geweld en tegen seksuele intimidatie: https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbowetgeving Ik zou wanneer ik als ambtenaar slachtoffer wordt van werk gerelateerd geweld mijn werkgever daarop wijzen en eventueel aansprakelijk stellen voor het ondergane slachtofferschap. Een stevige (wetgeving)stok achter de deur zou ik zeggen. In de praktijk alleen nauwelijks toegepast. Ten slotte verwijs ik de geïnteresseerde lezers naar deze presentatie die ik gaf over het fenomeen van slachtofferschap van werknemers (met een publieke taak): https://www.researchgate.net/publication/359768909_Slachtofferschap_van_werknemers_met_een_publieke_taak_Observaties_en_suggesties
