Inleiding en context
Goede morgen allemaal op deze donderdag 4 april 2024. Ik begin met een toepasselijk liedje bij de ´kennisparel´ van vandaag: https://www.youtube.com/watch?v=AeZRYhLDLeU Een legende die Johnny Cash. Maar nu naar de ´kennisparel´ van vandaag. Wereldwijd zitten er op elke moment van het jaar meer dan 11 miljoen mensen in de gevangenis. De achtergrondkenmerken van mensen die in de gevangenis zitten worden doorgaans gekenmerkt door een laag opleidingsniveau, werkloosheid, onstabiele huisvesting, armoede en trauma en sociale determinanten die de gezondheid negatief beïnvloeden. Vergeleken met de niet gedetineerde bevolking hebben mensen die in gevangenissen en jeugdgevangenissen verblijven onevenredig vaak last van geestelijke gezondheidsproblemen, psychotroop middelenmisbruik, infectieziekten en chronische aandoeningen.
Sterftecijfers zijn hoger voor mensen in gevangenissen dan voor hun leeftijdgenoten die in vrijheid leven. Dat wordt veelal veroorzaakt door externe oorzaken zoals zelfmoord en de algemene slechte gezondheidstoestand na vrijlating uit hechtenis. Omdat veel gedetineerden geen toegang hebben tot de eerstelijnszorg in de vrije maatschappij is het moment van opsluiting vaak de eerste mogelijkheid om de gezondheidstoestand en -behoeften van deze groep te diagnosticeren en te behandelen. Vanwege het grote aantal personen dat jaarlijks de gevangenis in- en uitstroomt, naar schatting ongeveer 30 miljoen mensen wereldwijd, is het verbeteren van de gezondheidstoestand van deze kwetsbare bevolkingsgroep van cruciaal belang voor het terugdringen van de ongelijkheid op gezondheidsgebied en voor het verbeteren van de volksgezondheid onder die groep.
In bijgesloten ´kennisparel´ wordt een uitgebreid systematisch overzicht gepresenteerd van de morbiditeit op het gebied van de geestelijke en lichamelijke gezondheid onder gedetineerden en de kwaliteit van de wetenschappelijke basis hiervan. De auteurs identificeerden een hoge prevalentie van psychische aandoeningen, middelenmisbruik en infectieziekten die minstens het dubbele zijn van het percentage onder de algemene bevolking. Stoornissen in drugsgebruik, posttraumatische stressstoornis en seksueel overdraagbare aandoeningen kwamen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Bijgesloten ´kennisparel´ toont aan dat gedetineerden een hogere last van geestelijke gezondheidsproblemen en lichamelijke ziekten ervaren dan waargenomen bij de algemene bevolking. Het inzetten op verbetering van de gezondheidsbehoeften van gedetineerden heeft dus het potentieel om de volksgezondheid en de daarmee gepaarde maatschappelijke veiligheid te verbeteren. Kortom, opsluiting biedt een belangrijke kans om tegemoet te komen aan de onvervulde gezondheidsbehoeften van een kwetsbare bevolkingsgroep, wat een positieve impact kan hebben op de volksgezondheid, de openbare veiligheid (minder criminaliteit en recidive) en de samenleving als geheel.
Bron
Favril, Louis, Josiah D Rich, Jake Hard & Seena Fazel (April 2024). Mental and physical health morbidity among people in prisons: An umbrella review. The Lancet Public Health, vol. 9, no. 4, April, pp. 250-260. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2468266724000239 plus bijgevoegd redactioneel commentaar op artikel: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2468266724000471
Samenvatting
People who experience incarceration are characterised by poor health profiles. Clarification of the disease burden in the prison population can inform service and policy development. We aimed to synthesise and assess the evidence regarding the epidemiology of mental and physical health conditions among people in prisons worldwide. In this umbrella review, five bibliographic databases (Web of Science, PubMed, PsycINFO, Embase, and Global Health) were systematically searched from inception to identify meta-analyses published up to Oct 31, 2023, which examined the prevalence or incidence of mental and physical health conditions in general prison populations. We excluded meta-analyses that examined health conditions in selected or clinical prison populations. Prevalence data were extracted from published reports and study authors were contacted for additional information. Estimates were synthesised and stratified by sex, age, and country income level. The robustness of the findings was assessed in terms of heterogeneity, excess significance bias, small-study effects, and review quality. The study protocol was pre-registered with PROSPERO, CRD42023404827.
Our search of the literature yielded 1909 records eligible for screening. 1736 articles were excluded and 173 full-text reports were examined for eligibility. 144 articles were then excluded due to not meeting inclusion criteria, which resulted in 29 meta-analyses eligible for inclusion. 12 of these were further excluded because they examined the same health condition. We included data from 17 meta-analyses published between 2002 and 2023. In adult men and women combined, the 6-month prevalence was 11·4% (95% CI 9·9–12·8) for major depression, 9·8% (6·8–13·2) for post-traumatic stress disorder, and 3·7% (3·2–4·1) for psychotic illness. On arrival to prison, 23·8% (95% CI 21·0–26·7) of people met diagnostic criteria for alcohol use disorder and 38·9% (31·5–46·2) for drug use disorder. Half of those with major depression or psychotic illness had a comorbid substance use disorder. Infectious diseases were also common; 17·7% (95% CI 15·0–20·7) of people were antibody-positive for hepatitis C virus, with lower estimates (ranging between 2·6% and 5·2%) found for hepatitis B virus, HIV, and tuberculosis. Meta-regression analyses indicated significant differences in prevalence by sex and country income level, albeit not consistent across health conditions. The burden of non-communicable chronic diseases was only examined in adults aged 50 years and older. Overall, the quality of the evidence was limited by high heterogeneity and small-study effects.
People in prisons have a specific pattern of morbidity that represents an opportunity for public health to address. In particular, integrating prison health within the national public health system, adequately resourcing primary care and mental health services, and improving linkage with post-release health services could affect public health and safety. Population-based longitudinal studies are needed to clarify the extent to which incarceration affects health.
Afsluitend
Een criminele carrière brengt veel verschillende problemen met zich mee, waaronder een significant grotere kans op vroegtijdige sterfte ten opzichte van de ´gewone populatie / bevolking´. Een criminele levensstijl brengt grote risico´s met zich mee brengt, onder andere die van vroegtijdige mortaliteit. Er hangt dus een duur prijskaartje aan een criminele levensstijl. Het is voor buitenstaanders moeilijk om zich de stress voor te stellen waaronder veel (gedetineerde)daders voortdurend opereren. Het nagestreefde imago is dat vaak van een geharde crimineel die zijn zaakjes onder controle heeft en over ruime middelen kan beschikken. Veel daders leven een zeer risicovol bestaan waar een onnatuurlijke dood (door moord, zelfmoord, verslaving, of ziekten) een dagelijks onderdeel is van het leven.
De realiteit is dat men aan alle kanten vaak onder druk staat: gebrek aan geld, een dure levensstijl, verlokkingen van een crimineel bestaan en een slecht algemene gezondheidstoestand. Vaak is er sprake van schulden. Stress in relatie tot handlangers om van hen loyaliteit af te dwingen en zorgvuldig werk voor elkaar te krijgen in een zeer risicovolle criminele omgeving. Druk vanuit de sociale omgeving om te voorzien in materiële behoeften (geld op tafel voor vriendinnen, familie en vrienden). Soms ook vrees voor ontdekking door rechtshandhavers, maar de grootste bron van stress is waarschijnlijk het risico te worden vermoord door concurrenten of bedrogen criminele zakenpartners.
De cortisolspiegel zit vaak tegen het plafond. Er is sprake van een leven in angst, en men probeert die vaak te dempen met drank en drugs. Gebruik van cocaïne, amfetaminen en vervuilde wiet versterkt de paranoia en de frequente aanwezigheid van gewapende, opgefokte criminelen is evenmin bevorderlijk voor het geestelijk en fysiek welbevinden. Aan levensvragen over zingeving en werken vanuit een niet criminele passie komt de gemiddelde (beroeps)crimineel waarschijnlijk niet toe. Kortom: er is sprake van een zeer risicovolle antisociale levensstijl waar een slechte gezondheidstoestand en vroegtijdig overlijden een onderdeel van vormt. Weinig romantisch dus.
´Gotta lot to live, gotta lot to give´ was een uitspraak van Frank Sinatra. Dat geldt zeker voor de groep van (beroeps)criminelen die vaak een zeer risicovol bestaan leven. Een gevolg daarvan is een significant verhoogd risico op vroegtijdig overlijden. ´Misdaad mag niet lonen´ is een veel gehoorde slogan in het Nederlandse strafrechtelijk beleid. Dat kan misschien financieel zo zijn, maar het geldt in ieder geval zeker voor de beloning van een langdurig leven, die is beduidend minder voor (beroeps)criminelen. Het beleid houdt maar weinig rekening met deze rouwrand van een zogenaamde crimineel bestaan.
