Probleemgericht werken aan High Impact Crime

Inleiding en context

Beste mensen, dat was een heel best weekeinde met veel vrolijke mensen en vooral veel zon. Maar nu naar vandaag, maandag 8 augustus 2022. En natuurlijk weer een ´kennisparel´ in jullie mailbox. Vanuit de criminologie is bekend dat criminaliteitsfenomenen zich bovengemiddeld voordoen binnen bepaalde geografische gebieden. Er is sprake van criminaliteitsconcentratie. Er wordt in de vakliteratuur ook wel gesproken over de wet van criminaliteitsconcentratie. Die wet houdt het volgende in. In Nederland en daarbuiten is sprake van een scheve verdeling van de ‘’criminaliteitslasten’’.  Dat is zowel geografisch, aan daderkant en aan slachtofferkant het geval. Zo vindt bijvoorbeeld bijna 45% van het geweld plaats bij slechts 10% van de slachtoffers met een publieke taak. Ook binnen het bedrijfsleven treffen we deze concentratie van slachtofferschap aan. Zo neemt drie procent van het totaal aantal vestigingen binnen de detailhandel meer dan 50% van het geschatte totale slachtofferschap voor haar rekening. Aan daderkant blijkt vijf procent van de bekende daders verantwoordelijk te zijn voor 40 procent van bepaalde delicten.

Ook geografisch is de criminaliteit niet evenredig verdeeld, er is sprake van zogenaamde ‘’hot places’’. Dit zijn buurten, locaties en bedrijventerreinen waar (georganiseerde) criminaliteit zich bovengemiddeld voordoet. Er is sprake van geconcentreerde ‘’criminele brandhaarden’’: https://prohic.nl/2020/03/22/4-22-maart-2020-de-wet-van-criminaliteitsconcentratie/

Er is ook meer dan overtuigend bewijs dat de politiestrategie van het zogenaamde ´hot spots policing´ zeer effectief blijkt te zijn: https://prohic.nl/2021/08/19/253-19-augustus-2021-fifteen-minutes-per-day-keeps-the-violence-away-a-crossover-randomised-controlled-trial-on-the-impact-of-foot-patrols-on-serious-violence-in-large-hot-spot-areas/ Gerichte surveillance door de politie op ´criminele brandhaarden´ kan wel degelijk een significante daling van de criminaliteit en incidenten opleveren. Het betreft een strategie waarbij financiële middelen en politieactiviteiten zeer gericht worden ingezet op die plaatsen waar criminaliteit zich in bijzondere mate concentreert. Dit zijn zogenaamde ¨hot spots´. De gerichte aanpak van criminaliteit in die gebieden die gekenmerkt worden door een zeer hoog criminaliteitsniveau blijkt succesvol te zijn. Deze ´hot spots´ worden ook wel criminele brandhaarden genoemd. Ondanks het sterke bewijs dat hot spot policing persoonlijk slachtofferschap en incidenten kan verminderen, blijven politiediensten terughoudend met het uitvoeren van routinematige hot spot patrouilles. Dat blijkt ook overduidelijk uit bijgesloten ´kennisparel´: in de praktijk gebeurt het gewoon niet. Een harde conclusie waaruit maar weer eens opnieuw blijk dat de implementatie en uitvoering van op evidentie gebaseerde kennis, dit keer rond politiesurveillance, in de praktijk nauwelijks een rol speelt. Wat mij betreft een voorbeeld van slecht en nutteloos beleid.

Bron

Dau, Philipp M., Frank Witlox, Tom Vander Beken & Christophe Vandeviver (August 2022). How Concentrated Are Police on Crime? a Spatiotemporal Analysis of the Concentration of Police Presence and Crime. Cambridge Journal of Evidence-Based Policing, 5 August, pp.

https://link.springer.com/article/10.1007/s41887-022-00079-6

Samenvatting

What were the spatiotemporal patterns of police patrol in a major European city across the pre-COVID year of 2019, how did these patterns change over time, and to what extent did the concentrations of patrol correspond to concentrations of crimes? We analyzed more than 77 million GPS signals from 130 police patrol cars showing where and when police patrols were present in police districts and street segments. We also plotted location, time and days of the week of the locations, and times of more than 50,000 recorded crimes.

We calculated concentration ratios within both crimes and patrols relative to their distributions in time and space. We then compared the concentration ratios for crime to the concentration ratios for patrols. We concluded the analysis by comparing the extent to which concentrations of crime and patrol locations and times were overlapping. We found that police patrols, much like crime, were concentrated on a small proportion of street segments. Yet spatiotemporal police presence is unrelated to local levels of crime and crime concentration. Relative to temporal crime concentrations, police patrols were substantially under-concentrated from 1500 to 0100 h, all day on Fridays, and the entire months of June, July, August, and December. There was very little overlap in patrol concentrations with crime concentrations.

After three decades of research showing crime prevention benefits of patrol concentrations on micro-level crime concentrations, police in one European city concentrate patrol presence at locations, times, days, and months where crime is not concentrated. Whether this conclusion can be reached in other cities will depend on replications of this study, both in Europe and other continents.

Afsluitend

Een effectief criminaliteitsbeleid is een specifiek en geconcentreerd beleid: selectie en focus zijn de belangrijkste kenmerken. Er bestaan geen handboeken of panklare recepten die aangeven wat wel of niet werkt bij de aanpak van criminaliteit. Wel is de laatste decennia steeds meer inzicht verkregen in welke richting gezocht moet worden om criminaliteit succesvol tegen te gaan. Kennis nemen van dergelijke inzichten is dan ook een must voor iedereen die betrokken is bij het reduceren van criminaliteit, zie bijvoorbeeld:   https://www.researchgate.net/publication/356128171_Wat_werkt_en_wat_niet_-_volgens_290_kennisparels_over_situationele_criminaliteitspreventie_politiezorg_en_persoonsgerichte_strafrechtelijke_interventies De belangrijkste les is dat een effectieve aanpak vooral een gerichte aanpak is. Gerichtheid ten eerste wat betreft het probleem dat aangepakt dient te worden. Anders gezegd, een beleid dat als doel heeft de algemene en ongerichte aanpak van de criminaliteit is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Effectief beleid is gericht beleid.

Van een globale of algemene aanpak (bijvoorbeeld: meer politie in de wijk) kunnen geen effecten verwacht worden. Gerichtheid kan betekenen dat soms met maar beperkte repressieve maatregelen een specifiek criminaliteitsprobleem wordt aangepakt zoals bij de zogenaamde ‘’hotspot aanpak’’. Gerichtheid kan ook inhouden dat juist een scala aan preventieve en repressieve instrumenten wordt ingezet zoals bij een probleemgerichte aanpak van bijvoorbeeld cannabisteelt. Bij een probleemgerichte aanpak zal de politie meestal niet alleen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van maatregelen, maar is er sprake van samenwerking met andere relevante veiligheidspartners.

Op  basis van de ‘’criminaliteitsconcentratie’’ of ‘’criminaliteitsdruk’’ is duidelijk dat het niet voor iedereen in Nederland veiliger is geworden. Zowel bij daders, slachtoffers en binnen specifieke plekken, plaatsen of branches is sprake van een belastende concentratie van criminaliteit. Hier ligt een prima kans om zeer gericht (focus optima forma) beleid te voeren op die plekken en plaatsen waar sprake is van een scheve verdeling van criminaliteit, slachtofferschap, en daderschap. Wellicht kan een gelijkmatiger verdeling van de criminaliteitsproblematiek tot stand komen door de gerichte inzet van de publieke veiligheidszorg op die plaatsen waar de criminaliteitsproblematiek zich bovengemiddeld voordoet en waar inwoners en bedrijven niet in staat zijn preventieve maatregelen te bekostigen. Naar analogie van beleid ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, kan aandacht geschonken worden aan groepen en gebieden met hoge criminaliteitsrisico’s. Dat zou ook moeten gelden bij de aanpak van georganiseerde misdaad in Nederland. Ook hier zijn slachtoffers vaak verplicht om naast daders te wonen.

Nu herhaaldelijk de voordelen zijn vastgesteld van systematisch patrouilleren op hotspots waar criminaliteit en slachtofferschap zich bovengemiddeld voordoet, is de volgende uitdaging voor de politie om daadwerkelijk op deze manier te surveilleren op een ‘business as usual’-manier. Dit zal om verschillende redenen geen sinecure zijn. Ten eerste, zoals talloze eerdere politiesurveillance experimenten hebben aangetoond is het implementeren van het gewenste patrouilleniveau in de regel een lastige taak. Politiemensen hebben routinematig niet de capaciteit om surveillancetaken op hotspots uit te voeren vanwege andere operationele eisen of gebrek aan beschikbaar personeel.

Of deze kwestie nu systemisch of cultureel is of iets anders viel buiten het bestek van de uitkomsten van bijgesloten ´kennisparel´. Maar dit is een belangrijke lacune die dringend moet worden aangepakt zoals deze bijgesloten ´kennisparel´ dat duidelijk aantoont. De beschikbare kennis staat mooi in de boekenkast maar wordt helaas niet verder gebruikt en uitgevoerd. Er is sprake van een papieren werkelijkheid en nutteloze kennis. De strategie van hot spots policing werkt, het is nu om uit te uitzoeken hoe er ook in de Nederlandse politiepraktijk een consistente strategie van gemaakt kan worden. Het kan hierbij helpen om meer inzicht te krijgen in de kosten-batenverhouding van een dergelijk programma. Beslissers binnen de politieorganisatie kunnen dan daadwerkelijk beslissen om een surveillance toe te passen die daadwerkelijk effectief beloofd te zijn. Ik zou zeggen, ga voor een replicatie van de beschikbare politie experimenten die daadwerkelijk succesvol blijken te zijn: https://prohic.nl/2020/04/03/3-april-2020-hot-spots-policing-een-onderzoeksynthese/ Opnieuw kennis om van te leren en vooral om toe te passen.

437-CrimeConcentrationPolicePatrolAntwerpEmpiricalResearch.August2022Downloaden